Yma Súmac

Yma Súmac

Vier octaven haalde ze, Yma Súmac. Ik zou haar al helemaal vergeten zijn, als ik niet in de krant gelezen had dat ze eergisteren, 3 november 2008, overleden is, op 86jarige leeftijd.

Dat van die vier octaven herinnerde ik me nog wel. Ik heb het haar meermalen horen doen en vond het indrukwekkend. Zo'n krantenbericht bengt dat weer tot leven in je geheugen.

Wat ik niet wist is dat Yma Súmac betekende 'mooie bloem', vraag me niet in welke taal. Google hielp me wel aan haar eigenlijke naam: Zoila Augusta Emperatriz Chávarri del Castilla. Als ik zo heette zou ik misschien wel geëist hebben altijd zó te worden aangeroepen wanneer moeder me maande om te stoppen met spelen en aan tafel te komen. Een grapje natuurlijk, want ik heb mijn moeder nimmer gevraagd om me van het voetballen op straat naar boven te halen met de roep, drie hoog uit het raam: 'Aartinus Jan Aaldert!' Lang heb ik het met 'Aartje' moeten doen, tot ik groot genoeg was om Aart te heten, net als mijn vader.

Wat ik ook leerde uit het korte krantenbericht is dat Yma zich beschouwde als directe afstammeling van de Inca-vorsten. Het neemt me voor haar in. Over voorouders moeten we met eerbied spreken. Zo komt Yma Súmac, nu ze gestorven is, weer voor me tot leven - mijn geheugen-oor hoort haar stem weer, gaande van hoog tot laag. De journalist formuleert het aldus: 'Met haar van gruizige mannenlaagte tot vogelhoogte reikende, vier octaven omvattende, stem, was Súmac vanaf prille plaatopnamen (1944) een fenomeen.' Die zin heeft er toe geleid dat boven het krantebericht de kop 'Gruizige nachtegaal' kwam. Als dat er niet had gestaan, zou ik het beslist over het hoofd hebben gezien.

Er overkwam me een taal-wederopstanding: ik was dat woord 'gruizig' helemaal vergeten. En daar staat 'gruizig' ineens weer voor me, in volle glorie. 'Aart is altijd gruizig.' Ik heb het horen zeggen, ruim twintig jaar geleden. Ik heb toen gedacht dat het alleen maar in broekinwaterlands dialect werd gebruikt, eigenlijk uitgestorven was en nu, veel later, leer ik dat het levend is. Als de herinnering aan Yma Súmac.