Wim Buitendijks binnenvaart

Wim Buitendijks binnenvaart

Geboren zijn op een werf waar binnenvaartschepen voor reparatie op de helling gaan, op luttele decimeters van je jongensbed. Daar tot je dertiende levensjaar je dagen doorbrengen temidden van werkers en scheepsvolk, nabij de rivier met zijn getijden en zijn sterke stroom. Zo'n levensbegin reikt een schilder voor later zijn droombeelden aan wanneer hij een visie op het menselijk bestaan tot uitdrukking brengt.

Men vergisse zich niet, staande voor schilderijen van Wim Buitendijk. Het lijkt of je met geloken ogen kunt kijken, zodat je verre eenzame binnenschepen ziet in een vaag en weids landschap van water en lucht. Of je met een panoramische kijkwijze kunt volstaan. Het is niet zo. Je moet de ogen openen, dichterbij komen en ook de details bezien.

Het gaat in deze schilderijen om de symboliek, om de strekking van wat is afgebeeld. Aan alles wat zich aan ons voordoet kan betekenis worden verleend. Betekenis is op Buitendijks schilderijen ook te vinden in details die we niet over het hoofd dienen te zien. Let goed op, kijk nauwkeurig, en je ziet dat de voorplecht van het schip omhoog komt. Conclusie: het zwoegt stroomopwaarts. Een ander schip gaat stroomafwaarts, het lijkt zacht naar beneden te glijden. Een laag dek geeft zware lading aan; een leeg schip ligt hoog in het water.

Al dat voorbijgaande levert stof op tot vergelijkingen over ons bestaan. In het Leerdamse museum 'Het Oude Raadhuis' is een groot triptiek van Buitendijk te zien geweest. Daarop bevinden zich negen schepen. Schapen? Ja, maar ook negen fasen in het menselijk bestaan. De voortgang in het leven onder de diverse omstandigheden en de daarbij horende groei in bewustwording. Stroomopwaarts, stroomafwaarts. Vol, onbeladen.

Schilderij van Buitendijk
Binnenvaart

De gebruikte kleuren heeft Buitendijk gezien op de dukdalven in de Noord bij Hendrik-Ido-Ambacht. In het midden het bruin van het stoere hout. Daaronder, bij laagwater, het zachtgroen van de algen die zich aan de dukdalg hechten. En bovenaan verschijnt het wit van de beschilderde kop. Ook die kleuren dragen betekenis. Betekenis die Buitendijk bijvoorbeeld ontleent aan Kierkegaard. Deze Deense existentie-filosoof schrijft dat de mens in zijn levensontwikkeling door drie fasen gaat, de esthetische, de ethische, de religieuze. De laatste fase doet zich voor bij springtij; de mens waagt dan een sprong in het duister, naar zijn godsgeloof. Wie in staat is om Buitendijks triptiek met een meditatief oog te bezien, ziet binnenvaart. Dat woord binnenvaart krijgt een metaforische betekenis, en de kijker beseft voor een soort existentiële mandala te staan.

Buitendijk vraagt om nauwgezette aandacht. Ook voor details die nauwelijks aandacht lijken te verdienen. Wat doen die spatten en vegen daar in water en lucht rond de schepen? Bekijk ze van nabij. Ze representeren het toeval. De schilder moet bij zijn creatieve arbeid aan het toeval namelijk ook een kans geven, net als de Leerdamse glaskunstenaar doet wanneer hij de gloeiendhete materie zijn wil oplegt en tegelijk ook profiteert van wat de oncontroleerbare omstandigheden mogelijk maken. Zo vergaat het de schipper ook op zijn binnenvaartschip. Zo vergaat het de bewust levende mens. Hij houdt de hand aan het roer en blijft ondertussen attent op alles wat zich door hem niet dwingen laat.

Wie de filosofische dimensie in Wim Buitendijks werk ontkennen zou, grijpt naast de intentie ervan. Deze schilder is niet op realisme uit; wie dat denkt kijkt oppervlakkig. Let op de blauwe roeiboot. Wat doet dat zwart waartegen het bootje zich aftekent? Het suggereert een groot schip waarmee het kleine verbonden is. Nu begrijpen we die banden ook beter waaraan het bootje vastzit. Moeten die niet worden losgemaakt, zoals mensen ook banden moeten slaken om een Kierkegaardiaanse sprong in het duister te kunnen wagen? Buitendijks werk biedt te dromen en te overdenken.

© Aart van Zoest, juni 2002