Wedstrijd?

Wedstrijd?

Toevallig hoorde ik Rembrandt mompelen, gisteren, toen hij De Volkskrant had gelezen. Ziehier wat ik hoorde:

'Ik zag in de Volkskrant een afbeelding op de voorpagina van een schilderij van me dat ze Het joodse bruidje hebben genoemd. Mij best. Als ze maar inzien dat het gaat over liefde tussen man en vrouw.

Let op de handen van die twee mensen. Het zijn meer dan handen. Het zijn tekens. Van tederheid en de belofte om zorgzaam te zijn. Van voorzichtigheid ook, want ze weten nog niet precies hoe dat heet wat ze voelen en waartoe het leiden kan. De een kijkt naar de ander en die ander kijkt bij zichzelf naar binnen. Dàt weergeven, een blik bij zichzelf naar binnen, ik weet dat ik daar goed in ben.

Onder die afbeelding las ik: 'Rembrandt en Caravaggio zijn de Cruijff en Pelé van de oude schilderkunt'. Kan zijn, ik ken die twee niet. Het zal wel complimenteus bedoeld zijn.

Ik las verder. 'Het Rijksmuseum vergelijkt de twee voor het eerst in een expositie. Het is een pure wedstrijd geworden. De stand: 1-0 voor Caravaggio.'

Dat ze Caravaggio's werk mooier vinden dan het mijne, het zal me worst wezen. Ik weet wat ik waard ben. Maar dat ze overal competitie in zien, de journalisten van zo'n kleine 400 jaar na mij, het vervult me met intense walging.'

Gelijk heeft hij, Rembrandt. Het vervult ook mij met walging, die behoefte om praktisch alles, ook dingen van waarde in wedstrijdtermen te beschrijven. Het is een teken voor de misselijkmakende pruttigheid van een aantal hunner aan wie het schrijven van voorpaginaregels is toevertrouwd.