Het zelfbeeld van Vincent

Het zelfbeeld van Vincent

In 1885 sterft in Nuenen dominee Van Gogh, vader van Vincent. Kort daarna maakt de zoon het schilderij met de opengeslagen Bijbel. Niets op dit schilderij is verzonnen, niets bevindt zich daar toevallig. Alles is gearrangeerd om een betekenis te krijgen. Met dit kunstwerk zijn we eigenlijk niet in het domein van het reële. Vincent voert ons binnen in het domein van het symbolische. Hij toont symbolen, die hemzelf betreffen.

Dat is in zijn werk nogal uitzonderlijk. In het merendeel van zijn werk treedt hij juist buiten zichzelf om de overweldigende impact van de nabije werkelijkheid te laten zien en te laten voelen. En daarmee in relatie gebracht: zijn emotionele respons daarop. Als hij soms zelfportretten maakt, is dat omdat hij geen geld heeft om een model te betalen. En dan, je kunt eenzaamheid bstrijden door eens goed naar jezelf te kijken. Je uiterlijke verschijning is ook een stuk realiteit.

We zien een uitgebluste kaars: het vanitas-motief, zoals men zegt. Het zal wel. Je kunt ook heel eenvoudig denken aan vaders levenskaars die gedoofd is. Het kleine gele, stukgelezen boek is recentelijk gepubliceerd, La joie de vivre, van Zola. Het vertelt ons en passant dat Vincent óók en intellectueel was, een hartstochtelijke lezer van literatuur. De titel lijkt een programma: Vincent zou verlangen naar levensvreugde. Dat is voorstelbaar. Maar wie het boek kent, weet dat het een zeer treurigmakend boek is; zo de personages in dit boek al proberen om vreugde in het leven te vinden, het lukt niet.

En dan die opengeslagen Bijbel. Natuurlijk is ook de getoonde bladzijde met opzet gekozen. Zeker door Vincent die jarenlang dominee heeft willen worden, net als vader. Schilder-worden heeft hij vrij laat als levensmissie geaccepteerd.

Die Bijbel ligt opengeslagen bij hoofdstuk 53 van Jesaja. Het derde vers begint met de woorden 'Hij was veracht en de onwaardigste onder de mensen, een man van smarten.'

We mogen gevoegelijk aannemen dat dàt Vincents zelfbeeld was van dat moment. Zijn levensweg zou hem vanuit Nuenen naar Antwerpen, Parijs, Arles, Saint-Rémy-en-Provence en Auvers-sur-Oise voeren. Daar zou hij zich vijf jaar later als volgt uiten: 'La tristesse durera toujours', de smart blijft maar voortduren. Toen liet hij zich doodgaan, 37 jaar oud, na zich onhandig een schotwond te hebben toegebracht. Meer als een wanhopige zelfverminker dan als een zelfmoordenaar.