Veselin Topalov

Veselin Topalov

Het Corus Schaaktoernooi 2006. In de grootmeestergroep deed zich in de eerste ronde al een sensatie voor: wereldkampioen Veselin Topalov verloor van Adams. Daarna won hij genoeg partijen om tòch aan de kop te komen. Gisteravond, aan het begin van de laatste ronde, stond hij een half punt voor op zijn naaste concurrent Anand.

Topalov kon zijn tegenstander, Leko, niet op de knieën krijgen. Anand daarentegen liet zijn kracht zien tegen Gelfand. Daardoor kwamen deze twee schaakreuzen, Topalov en Anand, op een gedeelde eerste plaats. De grote genoegdoening voor Anand was dat zijn Elo-rating de 2000 passeerde. Met zijn Corus-zege schaarde hij zich bij de drie supergrootmeesters die de 2000-grens al eerder achter zich lieten: Kasparov, Kramnik en Topalov.

Die Elo-rating is een door professor Elo bedacht, volkomen rationeel en objectief systeem van tellen van schaakresultaten. Niemand zal aanvechten dat deze vier schakers de besten van dit moment zijn.

Alle schakers ter wereld zijn blij met de nieuwe wereldkampioen. Hij heeft een buitengewoon innemende persoonlijkheid, maar vooral: hij levert partijen af die eenieder die ze naspeelt met verrukking vervullen.

Waarom? Omdat hij zich een origineel denker toont. Hij haalt uit een stelling de mogelijkheid die een eenvoudig sterveling, iemand als ik, er niet in ontdekken zou.

Dat is de gave van de abductie die de supergrootmeester van de andere schakers onderscheidt. Abductie bij de schaker is backward-reasoning naar presupposities die inzicht in de stelling hem aanreiken. Je kunt het intuïtie noemen.

De eenvoudige schaker kan een of meer zetten vooruit denken. De betere schaker kan ver doorrekenen wat de mogelijkheden zijn. De goed geprogammeerde computer kan héél ver doorrekenen. Dat is allemaal deductie. Dat wil zeggen van voorgeprogrammeerde algemene regels (bijvoorbeeld: een toren is meer waard dan een loper) gaan naar conclusies (bijvoorbeeld: ik moet die toren niet geven voor een loper).

In Beverwijk offerde Topalov in zijn partij tegen Aronian een toren tegen een loper. En warempel, later in de partij deed hij het nog een keer. En won. Zijn abductieve, intuïtieve, interpretatie van de stelling op het bord was: hier zijn lopers meer waard dan torens.

Beseffen dat dit kàn maakt dromerig. De schaker als Topalov is dààrom bijzonder: hij geeft te dromen.