Todorov, humanist

Todorov, humanist

Todorov, humanist, heeft een beeld geschetst van de voorbije eeuw, de twintigste. Het is de moeite waard om na te beschouwen, teneinde, vanuit een humanistische zienswijze een poging te doen om al het gruwelijks en absurds dat zich heeft voorgedaan te begrijpen.

Een voorbeeld. Het is 8 februari 1940, vroeg in de middag. Officieren van de NKVD, de politieke politie van de Sowjet­Unie, brengen een groep gevangenen 28 mannen, 2 vrouwen, ­ naar d ebrug die de twee oevers van de Bug verbindt. Op dat ogenblik loopt die rivier niet langer dwars door Polen; hij verbindt de twee delen van Polen die bezet zijn door twee totalitaire staten: Duitsland heeft het land ten westen van de Bug ingelijfd en de Sowjet­Unie heeft hetzelfde gedaan met het Poolse grondgebied oostelijk van de rivier. De gevangenen komen uit kampen in Siberië. Het zijn allemaal oude communisten of links­socialisten, Duitsers of Oostenrijkers. Er zitten onder hen nogal wat joden die in de jaren dertig naar de Sowjet­Unie zijn gevlucht om aan nazi­vervolging te ontkomen. Kort na hun aankomst zijn ze gearresteerd en in Stalins kampen opgesloten.

De gevangenen staan te wachten bij de brug, rillend van de kou. Van de overkant komt een Duitse officier aanlopen. Als hij vlakbij is herkennen de gevangenen het SS­uniform. De twee Russische officieren en de Duitser salueren correct. Dan controleren ze samen een lijst met de namen van de gevangenen. Het is duidelijk wat er gebeurt. Hier levert de politie van Stalin politieke gevangenen, Duitsers en Oostenrijkers, uit aan Hitler.

De beschrijving van dit onthutsende en angstaanjagende tafereel komt van een overlevende, een van de twee uitgeleverde communistes, Margarete Buber­Neumann. Het geciteerde fragment, vertaald uit het Frans, is een deel van haar levensverhaal, zoals dat staat afgedrukt in Tzvetan Todorovs nabeschouwing van de twintigste eeuw, getiteld Mémoire du mal. Tentation du bien. Enquête sur le siècle.

Zo’n 'enquête sur le siècle' biedt een historicus de gelegenheid om illustratieve verhalen te vertellen en daarbij met een persoonlijke visie voor de dag te komen. Todorov heeft in zijn onderzoek die mogelijkheden op grandioze wijze aangegrepen. Hij heeft uit de twintigste eeuw het verschijnsel gekozen dat naar zijn mening het meest ingrijpend is geweest: de opkomst, triomf en ondergang van twee totalitaire regimes, van nazi­Duitsland en van de Sowjet­Unie. In zijn vergelijking van de twee stelsels legt hij meer aan de dag dan een gedegen feitenkennis; zijn analyses hebben de overtuigingskracht van een streng toegepaste logica, waarbij de feiten goed worden gerangschikt en geïnterpreteerd. Bovendien is zijn stijl zo helder als een bergbeek, vrij van elke jargonverontreiniging. Hij geeft aan wat de wezenstrekken ervan zijn, in welk opzicht ze van elkaar verschillen en ook wat de regimes van Hitler en Stalin met elkaar gemeen hadden, genoeg om in februari 1940 nog goede vrienden te zijn.

Er zijn drie opvallende overeenkomsten. Beide regimes deporteerden tegenstanders en mensen op racistische of etnische gronden en uit overwegingen van politieke opportuniteit. Ze organiseerden heel methodisch concentratiekampen. En ze hadden in hoge mate succes met hun misdaad: in één decennium wist Hitler met zijn willige helpers miljoenen slachtoffers te maken, terwijl Lenin en Stalin er met de hunne vier decennia voor nodig hadden.

Twee opmerkelijke verschillen. Terwijl de nazi’s er op uit waren mensen te deporteren louter om ze te doden, stond dat in de Sowjet­Unie niet expliciet op het programma. De Sowjet­Unie heeft geen Trblinka gekend. Maar in de Goelagarchipel werd aan het leven elke waarde ontnomen. Het resultaat van Kolyma was dus niet of nauwelijks verschillend van dat van Auschwitz. En dan was er het verschil in de houding van de West­Europese intelligentsia, toen de feiten bekend werden. Over de misdadigheid van de nazi’s was men het roerend eens. Tegenover de Stalinkampen heeft lang toegeeflijkheid bestaan. Een toegeeflijkheid die Todorov als een vorm van medeplichtigheid opvat. Aan de hand van citaten veegt hij de vloer aan met de Franse communisten en geestverwanten als Sartre, Beauvoir, Merleau­Ponty, die weigerden de Sowjet­kampen op gelijke gronden te veroordelen als die van de nazi’s. Maar Todorov heeft 24 jaar van zijn leven in een communistisch land doorgebracht.

Todorov is in 1938 in Bulgarije geboren. In 1963 verlaat hij zijn land, gaat naar Frankrijk, blijft er en bouwt een wetenschappelijke carrière op die hem internationale faam bezorgt. Al in 1967 publiceert hij Littérature et signification, een studie die zich onderscheidt van de meeste literatuurwetenschappelijke studies dier dagen door toegankelijkheid en door de bereidheid van de auteur om de analytische bruikbaarheid van semiotische begrippen van Anglo­amerikaanse herkomst te onderkennen. Sindsdien heeft hij 25 boeken geschreven, meer en meer met een historisch en filosofisch karakter. Meer en meer ook wordt zijn persoonlijk engagement zichtbaar. Hij wordt een voorman van modern humanisme. Een humanisme dat afziet van grote pretenties, dat opkomt voor het behoud van menselijkheid in een wereld die het risico loopt ontmenselijkt te worden. Een anti­defaitistisch humanisme waarin, zo optimistisch als redelijkerwijs mogelijk is, aan kritische waarheidsvinding wordt gedaan. Antidogmatisch, zonder de illusie dat de grenslijnen tussen goed en kwaad haarscherp kunnen worden getrokken. Een kenmerkende uitspraak van Todorov: anderen de les lezen is nog nooit een ethische daad geweest.

De historische analyses worden afgewisseld met zes levensverhalen. Die biografische schetsen lijken in eerste instantie exemplarische getuigenverklaringen over de onmenselijkheden van de twintigste eeuw. Maar dat is voor Todorov de hoofdzaak niet. Hij wil vooral zeggen: goed dat zulke mensen er óók nog zijn geweest.
Stalin en von Ribbentropf toasten
Von Ribbentrop en Stalin: 'Proost!'

Het leven van Sowjet­schrijver Vassili Grossman, een bekeerde stalinist, illustreert hoe moeilijk het is om zich te ontdoen van de slaaf in ons (Tsjechov). Wanneer Hitler aan de macht is gekomen, gaat de Berlijnse communiste Margareta Buber­Neumann, uit idealisme tot de partij toegetreden, met haar man naar Moskou. Beiden worden gearresteerd; in Stalins Rusland is voor mensen die zelf denken geen plaats. Neumann wordt gefusilleerd, Margarete wordt naar een kamp in Kazachtstan gestuurd. Nadat ze in het kader van de tijdelijke Duits­Russische vriendschap aan de SS is uitgeleverd, komt ze in Ravensbrück terecht. Uit eigen ervaring kan ze, na haar bevrijding, verklaren dat de Sowjet­kampen niet voor die van de nazi’s onderdoen. Dan tuimelen communisten van oost en west over haar heen, met laster. Dat overkomt ook David Rousset die Buchenwald overleeft en terug in Frankrijk ten strijde trekt tegen het doorfunctioneren van concentratiekampen in de Goelagarchipel.Over het leven van de meest indrukwekkende van alle Auschwitz­getuigen, Primo Levi, hoeft Todorov het nauwelijks te hebben; de feiten zijn bekend. Maar Todorov gaat wel in grote ernst in op de loepzuivere, glaseerlijke overdenkingen van Levi. Het is kenmerkend voor Todorov dat hij een kanttekening plaatst bij de hypothese dat Levi zelfmoord heeft gepleegd. Het kan onwel zijn geworden voordat hij viel, stelt Todorov. Zelfmoord is absoluut niet de logische uitkomst van Levi’s denken.

Dan wordt een existentiebeeld gegeven van de Franse auteur Romain Gary. Die was geen kampslachtoffer; hij vocht tijdens de tweede weeldoorlog in de geallieerde luchtmacht. Hij representeert het voorbeeld van een hartstochtelijk geleefd leven, geëngageerd, intens. Voor Todorov vertegenwoordigt Romain Gary zelf, maar ook via de personages in zijn boeken, de hoogste menselijke deugden: liefde en rechtvaardigheidsgevoel. Waarbij humor komt en de kunst van relativeren.
Portret van Todorov
Tzvetan Todorov

De laatste levensschets is gewijd aan Germaine Tillion, die het kwaad heeft overleefd zonder zichzelf als een toonbeeld van het goede te beschouwen. Deze in 1907 geboren etnologe is nog in leven en aan haar heeft Todorov zijn boek opgedragen. Ik denk dat zij voor Todorov de humanistische heldin bij uitstek is, genereus, strijdbaar, niet klein te krijgen, zonder zelfgenoegzaamheid. In Ravensbrück maakte ze een operette en voerde die op met en voor haar lotgenoten. Teruggekeerd uit het kamp, heeft zij over de onmenselijkheid van de nazi­terreur geschreven en later ook over andere onderdrukkingsverschijnselen, zoals de folterpraktijken tijdens de Frans­Algerijnse oorlog. Ze heeft geprobeerd het functioneren te doorgronden van het kwaad. Zonder morele neerbuigendheid. Zo moet het, omdat ethische pretentie, la tentation du bien, vooral de verleiding om een heilstaat te stichten, verontrustende risico’s impliceert, waarvan de voorbije eeuw mensonterende voorbeelden heeft laten zien.

Dit is de tekst van een artikel in VrijNederland, september 2001