taal / semiotiek

warning: Creating default object from empty value in /var/www/vhosts/aartvanzoest.nl/httpdocs/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Pim

Pim

Dat heeft hij bereikt, Pim Fortuyn. Dat als je Pim schrijft iedereen weet over wie je het hebt. Hij had iets. Ongedwongenheid plus intelligentie, een nogal zeldzame combinatie, eigenaardig genoeg. Eerlijk gezegd liep ik niet zo met hem weg als velen onder mijn meestal toch nogal links uitgevallen vrienden en vriendinnen. En nou ineens begrijp ik èn hen èn mijzelf.

Dat komt door de Parool van vandaag, 29 november 2012.
Er staat een interview in met ene Harry Mens, een patser van jewelste. Die vertelt het volgende:

De Saksische onderlip

De Saksische onderlip

We zijn nazaten van Bataven, Franken, Friezen, Saksen. Er vallen ongetwijfeld nog een heleboel andere mensengroepen te noemen, maar ik geloof hiermee de oudste en meest in het oog tredende wel te hebben genoemd. Zo niet, dan verneem ik het wel. Vandaag wil ik het over de Saksen hebben. Vandaar hierbij het portret van Frederik de Wijze.

Vespasianus

Vespasianus

Hoe komen mijn gedachten bij Vespasianus terecht? Ik dacht aan de zorgelijkheid die ons aangepraat wordt. Straks zal er geen geen geld meer zijn voor de oudjes zoals ik, dat soort dingen. Zou ik geen pensioen meer krijgen en mijn brood weer moeten gaan verdienen? Door te werken? Wat kan ik?

Tombe la neige

Tombe la neige

Wie onzer is niet menigmaal en raadsel voor zichzelf? Neem mij. Wanneer ik begin met plassen kan ik niet nalaten te zingen. En het is altijd hetzelfde melancholieke lied, dat Adamo zo prachtig voorgezongen heeft: 'Tombe la neige'.

Ik pieker wel eens: waar moet het verband worden gevonden tussen dit lied en de bijbehorende handeling?

Het antwoord op deze vraag zal ik wel nooit vinden. Na vele jaren ben ik de tekst eens gaan opzoeken op internet, want ik kwam niet verder dan luttele beginregels en enig geneurie.

Nutteloze kennis

Nutteloze kennis

De mooiste bladzijden in het boekje 'Nutteloze kennis' van Jan Wychers zijn die welke zijn gewijd aan het Handboek Soldaat. Vanwege de herinneringen die ze oproepen aan mijn militaire dienst, die ik heb verricht van 1950 tot 1952. Naar aanleiding van wat het Handboek Soldaat voorschreef verwijst Jan Wychers naar het taalgebruik onder de dienstplichtigen van toen. Hij noemt de uitdrukkingen 'een douw krijgen', 'balen' en maten naaien'.

Advertentie

Advertentie

Nu ik het verrukkelijke geschrift 'Nutteloze kennis' van Jan van Wychen van de auteur toegezonden heb gekregen en met geestdrift heb gelezen, houdt mijn geest zich bezig met wat ikzelf aan nutteloze kennis in diezelfde geest bewaard heb. Een eerste voorbeeld ga ik geven. Op de kastdeur in mijn studeerkamer heb ik jaren geleden een advertentietje opgehangen dat ooit gestaan heeft in het Badische Tageblatt. 'Su.Mann m.Pferdeschwanz. Frisur egal'. Met een telefoonnummer.

Medium

Medium

We zitten er toch maar mee, met de media. Alleen met het woord al. Media is het meervoud van medium, een speciale malligheid van dat ouwe latijn. We kennen het ook van musea. Alleen met musea hebben we geen probleem, iedereen weet wel dat het een meervoud is. En dan, wie bezoekt ze nog, de musea. Maar media toetert rond. Waar zijn de tijden gebleven dat we het enkelvoud medium nog zagen dat verwees naar een hoogbegaafd wezen, altijd van het vrouwelijk geslacht, dat een middenpositie innam tussen de levenden en de doden.

Spin

Spin

De herfst is begonnen. Aan de buitenkant van het raam zie ik een spin roerloos in zijn net. De avond begint en dus denk ik: 'een avondspin brengt vreugde in'. Zo'n gedachte kan geen kwaad bij een bijgelovig mens, die wel weet dat het allemaal onzin is, maar toch vermijdt om onder een ladder door te lopen.

Maar ja, als die spin er morgenochtend nog steeds zit, dan gaat gelden 'een spin in de morgen brengt kommer en zorgen'.

Gap

Gap

Zomer 1954 Rondtrekkend van jeugdherberg naar jeugdherberg in Frankrijk heb ik meegezongen met de aanwezige jeugdige Fransen, de ‘ajiistes’: ‘Les bourgeois sont comme des cochons, plus ça devient vieux, plus ça devient bête’.

Grote Pier

Grote Pier

Het zwaard van Grote Pier (1520) is meer dan twee meter lang en weegt meer zes-en-een-halve kilo. Pier kon daar wel mee uit overweg. Als je hem boos maakte, moest je wel zorgen dat je je uit de voeten maakte, want hij was in staat om in één fikse zwaai je kop van de romp te scheiden. Als je een nabije medestander had, nam hij die in dezelfde zwaai mee, als het moest.

Inhoud syndiceren