verhalen

warning: Creating default object from empty value in /var/www/vhosts/aartvanzoest.nl/httpdocs/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

De uitvinder

De uitvinder

Jarenlang had Anton Vroegerd er over gedaan, maar uiteindelijk was het hem dan gelukt: hij had een middel gevonden om spinrag te verstevigen. Zodat het praktisch onbreekbaar werd.

Hij had het niet belangeloos gedaan. En ook niet tot heil van de mensheid. Nee, hij had het gedaan omdat hij zo mateloos verliefd was op Marjolein van Innigewegen, die aan de andere kant van de straat woonde, recht tegenover hem.

De uitkleder

De uitkleder

Meneer Dunnemans wordt steeds dikker. Er worden veel grapjes over gemaakt. 'Meneer Dunnemans is niet dun', zeggen de mensen. Anderen zeggen: 'Eigenlijk moet hij Dikkemans heten'. Mensen kunnen leuk uit de hoek komen.

De bleke bloem

De bleke bloem

'Wie zou het zijn?' mompelde Oma Greta. De deurbel had hard geklingeld. Ze deed open.

Voor de deur stond de man met de gele hoed. Ze herkende hem wel, al was ze tachtig jaar oud. Het was de man die de bloem kwam kleuren.

'Ik kom de bloem kleuren', zei de man.

Het beviel Oma Greta helemaal niet. Ze hield er niet van als vreemden aan haar bloem kwamen. 'De bloem is dood', zei ze tegen de man met de gele hoed. 'Ik heb hem al meegegeven met de dodebloemenman.'

De neus van Bram

De neus van Bram

Bram stak vaak zijn tong uit tegen de plaatjes in zijn circus­boek. Zijn moeder wilde dat niet hebben. Wanneer ze het zag gaf ze Bram een tik. Als het kon, op zijn tong. Dat lukte meestal niet. Bram kon zijn tong bliksemsnel intrekken als het moest. In zo'n geval pakte moeder Bram bij zijn neus en trok. Ze moest toch wat.

Het deed Bram pijn. Daarom heeft hij zijn neus toen verstopt. En zijn tong stak hij ook niet meer uit.

In de vensterbank stond een cactus. Daarachter zat muis Johan.

De kanaalzwemmer

De kanaalzwemmer

De kanaalzwemmer had zich bijna helemaal ingevet. Toen was de vaseline op. Zijn rechtervoet bleef onbevet.

Wat te doen? De oversteek afgelasten? Het er op wagen?

De zwemmer wilde het laatste. Zijn trainer zei dat het onverantwoord zou zijn. Zijn voet zou afvriezen. Het water was veel te koud.

Kromme Pelp, die daar toevallig stond, kwam met een idee. Hij zei: 'Wikkel een lege plastic­zak om de onbedekte voet'.

Cor weet het niet

Cor weet het niet

Cor keek er van op toen hij een roffel gaf en zijn trommel 'Au!' zei.

Hij hield op met drummen en bekeek zijn instrument van dichtbij. Een heel klein kereltje stak zijn kop door het trommel­vlies naar buiten. Hij maakte zich bekend als de Geest van de Trommel. Hij legde uit dat hij eens in de tweeduizend jaar een menselijke gedaante aannam. De geest ging op de rand van de trommel zitten en keek Cor vragend aan.

Toeval

Toeval

Berend Boudewijn had een leuke hoed. De rand van die hoed was zo breed dat zijn witte muizen er met z'n drieën naast elkaar op konden lopen. Ze deden het nooit, maar het kón.

Wanneer Berend door het dorp liep keken de mensen altijd naar zijn hoed. En lachten. Een hoed met drie witte muizen, dat was iets bijzonders.

Berend was een show­mannetje. Hij genoot ervan wanneer de mensen naar zijn hoed keken en lachten. Hij zorgde dus heel goed voor zijn muizen. Dat ze niet zouden weglopen.

De weg naar Hardeweg

De weg naar Hardeweg

Gabriël zat voor zijn tentje. Voor hem zijn butagasstelletje. Daarop een pannetje met water, dat bijna aan de kook was. Gabriël ging thee zetten.

Er stopte een boer, op de fiets. Hij vroeg aan Gabriël de weg naar Hardeweg.

Gabriël kwam langzaam overeind. Hij keek eens bedachtzaam om zich heen. Hij schraapte zijn keel, zei niets, maar wees in de richting van een bomenrij aan de horizon.

Toen pas zei hij: ‘Die kant uit. Geloof ik.’
‘Goed geantwoord,’ zei de boer. ‘Gelukkig maar.’

Een Algerijn bij Albert Heijn

Een Algerijn bij Albert Heijn

Bij de kassa sluit ik aan achter een heer in een donkere regenjas. Een héér. Een buitenlander dus. In Nederland doen we daar niet meer aan, aan heer­zijn.

De caissière draagt een zwart hoofddoekje. Dat laat weinig ruimte voor haar bleke Arabische gezichtje. Aan de kassa rechts van ons zit haar zuster. Zelfde hoofddoekje, zelfde ernst, zelfde donkere ogen.

Suus als redder

Suus als redder

Suus Knoep stond bij zijn boot en dacht: 'Heb ik nou zin om te varen, ja of nee?' Toen hoorde hij roepen: 'Help. Help.'

Hij zag een arm die nog maar net boven het water uitstak. Suus begreep: 'Hier is hulp geboden.' En dacht: 'Há. Ik had net besloten dat ik geen zin in varen had.'

Nu moest hij. Je kunt niet iemand vlak voor je neus laten verdrinken. Vooral niet als je bootje varensgereed ligt.

En dan, het was de koningsdochter, Goedelinde, die daar dreigde te verdrinken. Dat was te zien aan de ring die boven het water uitstak, een ring met zesendertig diamanten.

Inhoud syndiceren