verhalen

warning: Creating default object from empty value in /var/www/vhosts/aartvanzoest.nl/httpdocs/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Toen Thomas een zonnebad nam

Toen Thomas een zonnebad nam

Kabouter Thomas nam een zonnebad. Hij lag in de tuin met zijn rug tegen een molshoop. Als geoefend zonnebader wist hij precies welke houding de beste was als je bruin wilde worden. Gezicht gericht naar de zon, dat was belangrijk. En ontspannen. De rug dus goed ondersteund.

de oekaze van de koningin

de oekaze van de koningin

De koningin zat in de tuin van het paleis. In een prieeltje. Niet ver van de ingang. Daar stond naast het hek de schildwacht, met zijn geweer, zijn berenmuts en de gouden tressen op zijn borst. De koningin zat heerlijk te lezen. Een boekje over de teletubbies. Want de koningin was dol op Lala. Lala was haar lieveling onder de teletubbies.

Als de koningin zit te lezen, moet je haar niet storen. Maar dit keer werd ze toch echt gestoord. 'Boem!' klonk het. Keihard. De koningin sprong op van schrik. Ze riep: 'Schildwacht! Schildwacht!'

Raar haar

Raar haar

Mevrouw Geneugt verliet de supermarkt. Aan al haar armen hingen plastic tassen met boodschappen. In de ene tas zat yoghurt, Leidse kaas, een pondje tomaten, een papieren zak met een halfje gesneden pain de Boulogne, een pakje met theezakjes, een bos peterselie, een ochtendblad met veel contactadvertenties, een rol beschuit en goudkuipje. In de andere tas zat een pak fris, een pak chips, een halve liter halfvolle melk, een pak met vier rollen WC-papier, een blikje sardines, een plak melkchocola met hele hazelnoten, drie citroenen in een netje, vier afgewogen kiwi's en pastrami in plastic.

Op het station van Leerdam

Op het station van Leerdam

Ik zette voet op het eerste perron van station Leerdam.
Het valt niet niet mee om het zo ver te brengen voor wie uit Amsterdam is vertrokken. Je moet in Utrecht overstappen richting Geldermalsen. Daar eenmaal aangekomen ben je als de worm uit de herinneringstest die geplaatst werd voor een dit-of-dat keuze.

Het einde van Heinde en van Verre

Het einde van Heinde en van Verre

Elk jaar was er een wedstrijd tussen die dorpen. Touwtrekken. Er was geen brug over de rivier Droevenis. Daarom gooiden ze het touw gewoon naar de overkant. Dan begonnen ze te trekken, uit alle macht.

Iedereen deed mee, want ze vonden het geweldig leuk, touwtrekken. Ze hadden gemerkt dat je kon winnen als je meer touwtrekkers had dan die van de overkant. En het was ook handig als de touwtrekkers dik waren.

De wedstrijd Fielmich-Fakkeldij

 De wedstrijd Fielmich-Fakkeldij

Meneer Fielmich is kapper in Almere. Elke week gaat hij naar Amsterdam. Op de Herengracht belt hij aan bij de winkel van meneer Fakkeldij. Die komt dan naar buiten met zijn bal. De beide heren begeven zich te voet naar het Vondelpark. Bij het Leidsebosje zien ze dokter Fiedeldijdop op een bankje zitten. Die gaat mee naar het grasveld bij het Blauwe Theehuis.

De ooievaar van Lutjewinkel

De ooievaar van Lutjewinkel

Lange tijd werden in het dorp Tuitjenhorn de baby'tjes niet uit een moeder geboren. Tot voor kort werden ze daar nog door de ooievaar gebracht, ook toen overal in de beschaafde wereld de baby'tjes al gewoon uit een moeder kwamen.

Vroeger wisten de mensen niet waar de ooievaar woonde die de baby'tjes bracht. Maar tegenwoordig wonen er wat minder ooievaars in Nederland. Het is voor de vogelonderzoekers nu gemakkelijk om te weten dat je met die ene speciale ooievaar te maken hebt. De ooievaar van de baby'tjes is trouwens goed te herkennen aan zijn zwaar geschapen snavel.

Eeuwige sneew

Eeuwige sneew

De eenzame wandelaar zag de eeuwige sneeuw. Het vervulde hem met grote vreugde. Hij wist: nu ben ik hoog. Hij begon grote passen te maken om sneller voorwaats te gaan.

Wat een mooi uitzicht. Een bergtop met bovenaan al dat wit.

Toen hij dat zag, vergat hij bijna hoe moe hij was. Hij was 's morgens om vijf uur begonnen te lopen. En nu was het twaalf uur. De zon stond op zijn hoogste punt aan de hemel.

De tenen van Krijn

De tenen van Krijn

Krijn Körig mocht de eerste steen leggen. Een hele eer.

Maar wist Krijn veel. Hij was nog pas twee jaar oud. Iedereen die om hem heen stond het het beter gekund dan hij. Maar hij was nu eenmaal de zoon van de bouwheer.

In het verpleeghuis

In het verpleeghuis

We gaan zitten aan een ronde tafel in de recreatiezaal, mijn moeder en ik. Ik haal voor ons beiden een coupe-Slotervaart. Dat is, in een glas, een bol vanille-ijs, daarover een forse scheut advocaat, en bovenop een dot slagroom van heb ik jou daar. Dat wil er wel in, in dat lieve mondje zonder tanden.

Inhoud syndiceren