verhalen

warning: Creating default object from empty value in /var/www/vhosts/aartvanzoest.nl/httpdocs/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Korporaal Vlasblom en zijn mannen

Korporaal Vlasblom en zijn mannen

Korporaal Vlasblom was hoofdman over vijf soldaten. Er was een gele streep op zijn mouw gespeld. Daaraan kon je duidelijk zien dat hij over die soldaten de baas was.

Lunette en de dames

Lunette en de dames

Eerlijk is eerlijk, Madame Lunette is van alle koeien in de wei de meest indrukwekkende. Niemand geeft het toe, niemand zal het ooit hardop zeggen, maar alle andere koeien in de wei moeten het erkennen: Madame Lunette heeft iets wat de anderen niet hebben.
Misschien komt het alleen al doordat ze met haar neus in de wind loopt. Een koe met de neus in de wind, je ziet het nergens. Behalve in die weide in Abcoude waar Madame Lunette graast naast Elsje, Greet, Frieda en de andere dames.

Mevrouw Geneugt vliegt

Mevrouw Geneugt vliegt

Mevrouw Geneugt deed haar middagdut. Ze droomde dat ze door de Kalverstraat liep, waar ze naar nieuwe schoenen wilde kijken in de etalages. Maar jeminee, wat een mensen. Veel te veel mensen. Je kon gewoonweg niet bij de etalages komen. Er stonden altijd mensen voor.

De spijkertjes van Vader Lurf

De spijkertjes van Vader Lurf

Vader Lurf was schoenmaker in Broek in Waterland. Hij was erg goed in het repareren van oude schoenen. Die zette hij op zijn leest. Dat is een ding van roestig ijzer, met drie poten. De onderste poten zorgen ervoor dat de bovenste rechtop blijft staan.

Vrouw Domper ziet een kikker

 Vrouw Domper ziet een kikker

Vrouw Domper had in haar tuin een vijvertje. Daar dreven waterlelies in, die erg mooi waren. En boven die waterlelies vlogen heel vaak paarse libellen. Vrouw Domper kon daar uren naar zitten kijken. Ze rookte dan wel eens een pijpje; dan was ze echt in haar nopjes.

Op een dag zat ze zo weer, op een steen vlak naast de vijver; wat hoorde ze daar? Kwaak-kwaak. Wat was dat nou? Een kikker stak zijn kop boven het wateroppervlak en keek Vrouw Domper aan met bolle ogen. Zijn wangen werden ook bolrond. Elke keer als hij kwaakte leek het wel of hij aan het bellenblazen was met zijn wangen.

De reuzebovist

De reuzebovist

Jodocus liep langs de wei van boer Hendriks. Het was erg koud voor de tijd van het jaar. Vooral door de zuidwestenwind. Die ging je door merg en been. Gelukkig had Jodocus zijn nieuwe jack aan. Een bomber-jack. Had hij voor zijn verjaardag gekregen. Had hij op zijn verlanglijst gezet. Jodocus wilde er uitzien als een piloot.
Vandaar.

Een gebreide kiwi in het park

 Een gebreide kiwi in het park

Op donderdagochtend gaat mevrouw Geneugt altijd naar het park. Ze neemt dan een papieren zakje mee. Daarin zitten de boterhammen die ze niet heeft opgegeten en die ze ook niet wil opeten. Die boterhammen zijn te oud. Hier en daar zit er zelfs een beetje schimmel op. Vies hoor. Maar de vogeltjes vinden het niet erg. Die zijn niet vies uitgevallen. De vogeltjes eten rustig al het brood op dat mevrouw Geneugt heeft meegebracht. Al is het oud, al is het beschimmeld.

Slurfje

Slurfje

Waarom wilde Slurfje een fiets? Slurfje is olifant en dus te zwaar voor een gewone fiets. En dan, waar hij woont zijn geen fietspaden.

Toch wilde hij het. Gewoon. Dus joeg hij juffrouw Kip de boom in. 'Welke kant moet ik uit om een fiets te kopen?'
'Die kant uit', zei juffrouw Kip. Ze wapperde met haar vleugel in de richting van de rivier.
Daar dreef juist een parlevinker die een fiets aan boord had. Wat een gelukkig toeval.

In de tram

In de tram

Het was dringen in de tram toen hij stopte en de deur openging. Dringen om naar buiten te komen. Twee wachtenden op de vluchtheuvel hadden namelijk maar één gedachte: naar binnen.

De aanvoerder van de binnendringers was een buitensporig vette man, wiens buik onsmakelijk bolde boven een spijkerbroek die niet paste bij zijn leeftijd en postuur. Zijn vazal, achter hem, was een overjarige blondine, ook al meer dan flink uit de kluiten gewassen.

Op de Herengracht

Op de Herengracht

Ik had geen haast. De zon scheen over de Herengracht. Geen haast, de zon, ik word dan oplettend.

Twee heren, vlak voor mij, liepen net als ik richting Centraal Station. Ze waren in druk gesprek. Eigenlijk waren het nog geen heren. Het waren jongens. Dat was goed te zien aan hun wat schonkige motoriek. Hun bewegingen zeiden: we zouden nog wel tegen een leeg colablikje willen trappen. Ze keken wel mooi uit natuurlijk, dat deed je niet als junior-manager in krijtstreep-pak.

Inhoud syndiceren