Carmiggelt, tragiek en humor

Carmiggelt, tragiek en humor

In Ruigoord zag ik 'Kroeglopen' van Carmiggelt liggen op het stalletje van een boekverkoper, die er één enkele euro voor vroeg. Dat kon ik niet laten liggen.

Natuurlijk had ik al die schetsen van kroegtaferelen ooit al eens gelezen. Aan zijn Kronkels heb ik herinneringen als van een oude snoeper. Carmiggelt is een topper in de Nederlandse letteren, zoals Caldenhove dat lang lang geleden was in het elftal van zijn club, DWS, en ook in het nationale team. Meester was hij, Caldenhove, op de vierkante meter, een verdediger (een back zeiden we toen, toen we ook nog een spil hadden en een midvoor) een verdediger die de tijd nam om een aanvaller zorgvuldig de bal af te pingelen.

Ook Carmiggelt was een meester op de vierkante meer. Hoeveel van zijn Kronkels zal ik gelezen hebben? Honderden minstens. Juwelen, allemaal. En op een dag zit je tegen een overdosis aan en is het oppelepop. Tot je er vele jaren later weer eens tegenop loopt.

En weer geniet. Van zijn taalvirtuosieit, van zijn observatievermogen en van zijn gevoel voor de fundamentele knarsingen in de barsten van de menselijke conditie.

Het verhaal over meneer Geurs en mevrouw Smit bijvoorbeeld is in en in tragisch, doet absoluut niet onder voor Lady Macbeth, Carmen, Faust of Anna Karenina.

'Meneer Geurs is bij een bank' Zo begint het. Alleen al het woordje 'is', in plaats van 'werkt', verraadt de sfeer van het Amsterdamse café. Zo werd het gezegd, in Carmiggelts dagen door hen die zulke kroegen bevolkten.

'Hij doet daar al jaren iets heel stils in een hoekje. Als het er weer opzit voor vandaag, wandelt hij naar zijn café en drinkt drie borrels. Veel zeggen doet hij daarbij niet - hij lacht maar eens méé, als dat gepast is. Precies om zes uur klimt hij de smalle trap op bij mevrouw Smit en nuttigt het maal, dat zij hem voorzet.'

Daar is meneer Geurts loepzuiver voor ons neergezet in vier zinnen. Je kunt er dromerig van worden. Zouden er nog zulke mannen bestaan, nu we de triomf beleven van de mannen die zichzelf op de kaart weten te zetten en graag laten merken dat ze het goed voor mekaar hebben?

Laten we een saluut brengen aan Carmiggelt, die meneer Geurts voor ons aan de vergetelheid ontrukt.