Sijtje Zingt

Sijtje Zingt

De Koningin Moeder houdt erg veel van mooie muziek. Ze gaat vaak naar het Concertgebouw in haar wijde mantel. Die houdt ze steeds aan en haar kroontje houdt ze op. Met een kroontje op kun je heel goed naar mooie muziek luisteren.

In de zaal schrijdt ze over het middenpad naar de voorste rij. Daar heeft ze haar vaste plaats, op een stoel van roze pluche. Waneer ze zo over het middenpad loopt gaan de andere mensen staan. Ze kijken allemaal naar de Koningin Moeder en iedereen maakt een lichte buiging. De Koningin Moeder glimlacht dan minzaam en wuift met haar fijne hand waarop de bruine vlekken goed zichtbaar zijn. Als ze is gaan zitten gaan de anderen ook zitten, niet eerder.

Naar mooie muziek luistert de Koningin Moeder met open ogen. Bij lelijke muziek doet ze haar ogen dicht. Alle aanwezigen denken: nu zit ze echt te genieten. In werkelijkheid doet ze even een dutje. Gelukkig wordt ze altijd op tijd wakker, vooral omdat een lakei naast haar zit. Hij geeft de Koningin Moeder op tijd een zachte por, als het moet. Wanneer hij per ongeluk te hard port, krijgt hij een flinke por terug.

Het allermooiste vindt de Koningin Moeder de harp. Om naar te luisteren en ook om naar te kijken. Ze kan er niet genoeg van krijgen. Dus speelt thuis, in het paleis, de Koningin Dochter op de harp voor de Koningin Moeder.

Die neemt dan haar poes Sijtje op schoot. Ze heeft zeven poezen, Adinda, Pim, Joekel, Sulimah, Ria, Retno en Sijtje. Alleen Sijtje houdt van harpspel.

Op een dag zei de Koningin Dochter dat ze liever op de accordeon wilde spelen. Dat was ook goed. Het was eigenlijk beter want bij de accordeon kun je mooi samen zingen. De Koningin Moeder houdt niet erg van zang, maar wel als ze het zelf doet. Samen met de Koningin Dochter vindt ze helemaal erg leuk. Sijtje zingt niet mee. Ze kan het niet en ze houdt er ook niet van. Maar ze blijft wel op schoot zitten. Met dichte ogen.