Semiotiek van de aanraking

Semiotiek van de aanraking

Twee mensen bedrijven de liefde. Twee mensen kussen elkaar, strelen elkaar. Ze schudden elkaar de hand. In al deze gevallen van aanraking doet tastzin zijn werk en is er semiosis, betekenisgeving. Lichaamscontact biedt de tastzin een bijna onbeperkt scala aan mogelijke betekenisdragers. Hoe fijnkorrelig is de huid? Is die hard of zacht? Hoe droog, hoe vochtig? Hoe warm, hoe koud? Hij kan sidderen, eventjes maar of langdurig. Hoe intens is het contact? Hoe zwaar weegt die andere huid, hoe indringend is de uitgeoefende pressie? Kwaliteit, formaat, lengte, diepte, omvang, al die eigenschappen van de elkaar rakende huiden of vliezen kunnen de tekenstatus krijgen en dus iets gaan betekenen. Voor die tekens en betekenissen bestaan geen geïnstitutionaliseerde systemen. Maar we hebben wel een vermoeden van verschillende werkzame processen en hun ritmes en regelmatigheden, die allemaal op eigen wijze een vaak hevige psychologische en existentiële impact hebben.

De tastzin­tekens van dit type zijn, langs de lijn van de semiotische representatie beschouwd, allemaal een Index. Dat is de benaming die Charles Sanders Peirce, binnen zijn tekentypologie, heeft gegeven aan tekens waarbij de relatie met de referent ­ dat waarnaar wordt verwezen ­ een relatie van aangrenzendheid (contiguïteit) is. Langs de lijn van de interpretatie worden er conclusies getrokken, komen interpretaties tot stand. In het geval van de tastzin­semiosis heet de inerpretatiewijze: abductie. Er is sprake van 'backward reasoning', waarbij wordt uitgegaan van regels met een zekere toegekende algemene geldigheid. Dat zijn heel persoonlijke regels die meestal puur hypothetisch zijn. Die hypotheses zijn opgesteld volgens veronderstellingen die voortkomen uit ervaringen van vroeger. Ze springen ook voort uit binnen een socio­culturele context opgelegde vooroordelen. En ze worden in belangrijke mate gegenereerd via allerlei op onderbewust niveau functionerende aannames, assumpties. Dat samengaan van indexicaliteit met een abductieve interpratiewijze geeft de aanrakings­tekens een geweldige psychologische slagkracht.

Het zou goed zijn als er eens een uitgebreid onderzoek zou worden opgezet naar de zintuigelijke 'atomen' die werkzaam zijn bij tastzin­semiosis. Welke zijn er? Hoe hangen ze samen, hoe zit hun 'architectuur' in elkaar? Wat zijn de parameters? Hoe kan men zich een model voorstellen van mogelijke abducties?

Het belang van zo'n onderzoek? In de allereerste plaats om te inventariseren welke algemene regels de hoofdrol spelen bij abductieve interpretatie. Laten we ons bijvoorbeeld wagen aan een analyse van de kus die een ondernemende jongeling aan zijn geliefde geeft. Hij perst zijn lippen krachtig en langdurig op de hare. Zij zal denken: wat houdt hij veel van me, hoezeer begeert hij mij, wat is hij vurig, hartstochtelijk, ongeduldig,arrogant, sterk, onbeschoft, vulgair. Welke interpretatie wordt gekozen hangt van verschillende factoren af. Zoals: de fysiologische draagkracht van de gekuste, van de omstandigheden, van het cultureel milieu. Bij de interpretatie spelen vooral de psychologische algemene regels een rol die de interpreterende, gekuste, persoon zich eigen heeft gemaakt: Als hij me op die manier kust, moet hij wel veel van me houden. Moet hij me wel begeren. Moet hij wel erg vurig zijn. Moet hij er wel pap van lusten. Denkt hij zeker dat hij zich dat bij mij wel veroorloven kan. Dat hij geen respect voor me heeft. Dat hij niet erg beschaafd is. Dat hij een ruwe bonk is.' Bij elk van deze conclusies hoort een andere algemene regel. Die regels opsporen, dat is van het grootste belang in alle omstandigheden waarin mensen met elkaar contact hebben en met elkaar communiceren. En wel omdat in situaties van contact en communicatie alles, ja werkelijk alles, de status van teken krijgen kan.

Geen enkele betekenisgeving vindt los van andere dingen plaats. Er is altijd een context die in zijn invloed heeft. Dit basisprincipe geldt ook voor het tastzin­teken. Politieke leiders die elkaar een hand geven zullen er voor zorgen dat ze hun gesprekspartner bij die handdruk op gepaste wijze aankijken. Dat is de directe semiotische context, die ertoe moet bijdragen dat er een optimale interpretatie kan volgen. Er is ook een impliciete context die de zaak beïnvloedt; de politieke leiders die elkaar onder het oog van de camera's een hand geven beseffen dondersgoed dat miljoenen tv­kijkers er scherp op letten hoe ze kijken, hoe ze glimlachen, terwijl die handen elkaar raken. Is onze man niet al te joviaal? Bewaart hij zijn waardigheid wel? Gedraagt hij zich niet te koel? Of te onhandig? En die andere, zet die niet een te hoge borst op? Kijkt hij onze man wel in de ogen? Kijkt hij niet te triomfantelijk? Veel zintuigen spelen samen om tot een overall­intepretatie te geraken.

een kus

De tastzin­tekens hebben specifieke semiotische aspecten, die speciale aandacht verdienen. Zo is er
(1) de wederkerigheid, bij de aanraking, vooral als die aanvaard is aan beide zijden,
(2) de onontwarbare verstrengeling van de niet­intentionele tekens (symptomen) met de intentionele (signalen),
(3) de rol van codes (culturele riten).

Soms is er overwegend eenrichtingsverkeer in de aanraking: tegen iemand opbotsen, het uitdelen van een muilpeer, ongewenste intimiteit, verkrachting. Soms is er wederzijdse instemming: handen schudden, kussen, strelen, liefdesdaad. In dat geval heeft de semiosis een Januskop; de partners zijn, of ze willen of niet, beiden tegelijkertijd zenders en ontvangers van boodschappen. Hun situatie lijkt op die van mensen die elkaar aankijken. In die situatie van visuele communicatie ontkomt degene die naar de ander kijkt er niet aan (tenzij hij stiekem zou kijken, als een voyeur) dat de andere hem tezelfdertijd ook bekijkt. In situaties van aanrakings­communicatie is dat nog sterker; de partners zijn tezelfdertijd subject en object. Maar verliezen daarbij niet hun interpretatie­autonomie. Daar vloeit ongetwijfeld de bijzondere charme uit voort en de universele macht van de erotische communicatie, die de opperste vorm is van alle denkbare wijzen van communiceren.

Het verschil tussen contact uit vrije wil en afgewongen contact (als in het geval van sexuele agressie) is vooral van geestelijke en morele aard. De fundamentele communicatie­condities zijn dezelfde voor het contact uit vrije wil (minnaars) en het ongewenste contact (tussen verkrachter en verkrachte). De agressor geeft een gewelds­boodschap af en weet best dat hij een boodschap terugkrijgt, de angst, de afschuw, de minachting van het slachtoffer. Ook die verkrachter is subject en object. Er is overeenkomst tussen de visuele privacy­schending en de aanrakings­schending die verkrachting heet, maar er is een groot verschil in de toegepaste gewelddadigheid, uiteraard. De tastzin­ervaring impliceert, veel meer dan het visuele, menselijke intimiteit en integriteit. Vandaar dat ons oordeel heel verschillend is, al naar gelang we over een voyeur of over een verkrachter spreken.

De onbedoelde tekens (symptomen) vermengen zich, vooral als het om communicatie per aanraking gaat, op onontwarbare wijze met de intentionele (signalen). Is die aanraking opzettelijk of onopzettelijk? Spontaan of gespeeld? Minnaars zullen al of niet hun best doen om dat uit elkaar te houden tijdens het minnen. De diplomaat zal tijdens het semiotisch contact met de gesprekspartner in ieder geval heel zorgvuldig signalen van symptomen willen onderscheiden.

poignee de main

Een signaal brengt een boodschap opzettelijk over. Met het symptoom is het anders gesteld; daar is geen opzet aan de orde ­ er wordt een waarheid onthuld, die de afzender misschien wel liever verbergen zou. Wie een ander de hand reikt geeft een teken af dat om te beginnen verwijst naar een onder beschaafde mensen gangbare gedragsgewoonte. Denotatie: ik ben van goede wil, ik accepteer het contact. De aanraking is metaforisch: Ik accepteer om met u de dialoog aan te gaan. Er is een basis voor onze discussie. Het begin van het aangaan van contact is daarmee bezegeld. Aan het einde van de het gesprek kunnen de handen opnieuw worden uitgestoken, maar nu met een andere betekenis: We zijn eens, in ieder geval om het contact voort te zetten.

Mensen die elkaar de hand drukken geven te kennen dat ze bereid zijn om met elkaar te communiceren. De handdruk is een semiotische daad, van tastzintuigelijke aard. Het lijkt als het ware een kleine liefkozing. Dat er achter deze denotatie allerlei connotaties aan het werk kunnen zijn, is een andere zaak. Men kan een afstandelijke, koele, handdruk geven. Hij kan ook warm en innig zijn. Soms worden alleen de vingertoppen toegestoken, maar het is ook mogelijk om een uitgestoken hand met twee handen te omvatten. Het gebaar kan ook gepaard gaan met een omarming, met rug­geklop. Allerlei semiotische atomen doen hun werk. Het is van belang om hun modus operandi te bestuderen. We hoeven alleen maar te denken aan de gewoonte die regeringsleiders hebben om, wanneer ze een andere regeringsleider ontvangen, een hand op de rug van de ander te leggen. Wat moet dat betekenen? Behoefte om aan vriendschap te doen geloven? Neerbuigendheid? Behoefte om de ander zijn weg te helpen vinden, nu hij op onbekend terrein is? De individuele tv­kijkers in de diverse landen zullen naar eigen goeddunken aan het gebaar een betekenis toekennen.

Wanneer mensen zich in de openbaarheid hebben begeven, officiële personen bijvoorbeeld, onder het oog van de camera, dan gaan de beelden over de gehele wereld. Als ze huid­contact aangaan, dan zijn daarbij de codes zeer belangrijk. Het is de code van mensen uit het Noorden dat je de hand van de ander flink moet drukken (connotaties: ik ben sterk, serieus, betrouwbaar). In andere streken schrijft de code een geheel anderssoortige aanraking voor. In Azië bijvoorbeeld doet men het liever met een licht aanraking van de vingers (connotatie: laten we verfijnde gesprekspartners zijn, die er niet op uit zijn om de baas te spelen, om het de ander lastig te maken). Binnen Europa bestaat een zeer grote verscheidenheid aan gedragsgewoonten. Dat brengt met zich mee dat zij die, bij internationale contacten, geen acht zouden slaan op de bestaande codes een reëel risico lopen om enorme flaters te slaan.