Noodlot

Noodlot

Soms representeert de ene mens het noodlot voor een ander.

De moordenaar doet het voor zijn slachtoffer. De baas doet het voor degene die hij ontslaat. Degene die een liefde niet kan beantwoorden doet het. En zelfs een dokter doet het in alle onschuld tegenover degene aan wie hij vertelt dat de ziekte ongeneeslijk is.

Het Oekraïense schaakwonderkind Ruslan Ponomarjov heeft het nogal eens gedaan. In 2002 aan de lopende band, toen hij, nog maar net 18 jaar oud, voor al zijn mededingers het noodlot was; hij schakelde ze uit op weg naar het FIDE-wereldkampioenschap.

Hij deed het weer tijdens het WK-toernooi van 2005. In de halve finale kwam hij tegenover Grisjoek wat slechter te staan, maar deze zette in het eindspel niet optimaal voort en ziedaar, Ruslan vond een dwingende voortzetting die de arme Grisjoek tot opgeven dwong.

Zo'n partij naspelen is een verrukking. Je bewondert de slimheid van de grootmeester, de schoonheid van de combinatie. Maar vooral vind ik het een thrill om te huiveren bij het aanzien van de onontkoombare ontwikkeling van de loop van het spel; er komt een moment waarop de aankomende verliezer zijn noodlot niet meer ontlopen kan.

Ik heb het slot van die partij tussen Grisjoek en Ponomarjov kunnen naspelen dankzij de weergave ervan in een rubriek van Max Pam in Het Parool. Op de 52e zet laat Grisjoek na om de beste voortzetting te kiezen. Een vrijpion van Ponomarjov dreigt te promoveren, moet worden geruild tegen een loper. Vanaf dat moment ontrolt de partij zich als een algoritme. Er gebeurt wat onafwendbaar is. Op de 62e zet moet Ponomarjovs tegenstander de koning omleggen.

Pam schrijft over Ponomarjov: 'Hij speelt niet het meest briljante schaak, maar maakt meestal wel de minste fouten.' Het lijkt mij dat hij een intuïtief vermogen heeft om aan te voelen welke mogelijkheden een stelling bevat. De sterke schaker kan ver vooruit zien, kan goed dóórrekenen. De geniale schaker beschikt over abductief vermogen. Zo noem ik dat graag, zoals geïllustreerd in een betoog dat ik ooit hield getiteld 'Abduction in chess', na te lezen op www.Ergosum.nl

In de WK-finale van 2005 ontmoette Ponomarjov de Armeniër Aronian. Na twee partijen was de stand gelijk. Er volgde een tiebreak, een partij in versneld tempo.
Aronian won.

Het noodlot heet noodlot, omdat het zich niet ten dienste blijft stellen van één peroon. Het noodlot laat zich aan niemand iets gelegen liggen.