Ridderspoor

Ridderspoor

Nu staat hij vreedzaam op mijn bureau, in een bijpassend donkerblauw mini-vaasje, ontroerend van schoonheid. Delphinium, die in goed Nederlands ridderspoor heet. Liefhebbende handen hebben hem daar geplaatst. Wie dat overkomt mag niet klagen.

Hij is de bewondering waard, die ridderspoor. Door zijn intense blauw, soms naar paars toe, met nòg donkerder blauw in het hart en een twee piepkleine gele vlekjes om het spannend te houden. Zo zet Van Gogh het rood van een brandend haardvuurtje op een schilderij vol zwart en grauw.

Geen somberheid bij de ridderspoor. Ik denk dat een opgewekte Vlaming de vormgeving heeft verzorgd. Al in de knop zie je die parmantige krul achter de ongeboren bloem, dan nog bleekgroen, maar later, na het volwassenworden van de bloem krijgt dat uitsteeksel, achter de bloembladen, met behoud van vorm zijn lichtpaarse kleur. En héél geraffineeerd: dat hanige stengeltje, of het oud is of jong, vertoont rimpels. Nou ja, rimpeltjes; je moet twee keer kijken om ze één keer te zien.

Waarom ik dat van die Vlaming denk? Vanwege de guldensporenslag natuurlijk. Trots zijn ze geweest, de Vlamingen, dat kan niet missen, toen ze op 11 juli 1302 op een weide bij Kortrijk met hellebaarden Franse edelen van hun paard duwden, om het eufemistisch te zeggen. En vrolijk zijn ze vast en zeker ook geweest toen ze na de slag op de laarzen van de verslagen ruiters niet alleen ijzeren sporen maar zelfs vergulde exemplaren aantroffen. Dat had de Vlaamse leeuw hem toch maar mooi geflikt.