Ravel

Ravel

Ravel componeerde de Bolero in 1928. Ik kan die muzikale lofzang op de kracht van herhaling en lichte variatie niet horen zonder me een beminde collega voor de geest te halen, Agnes Loman. We waren gekomen voor haar begrafenis. Aan het slot van de bijeenkomst verwijderden we ons van de kist. De Bolero zette in. Begeleidde ons toen we haar verlieten, onder die bloemen.

Agnes had het zo gewild. En ook dat we niet hoefden te treuren. Ze had laten weten dat ze geen bezwaar had tegen lachen tijdens de koffie van de nazit. De aanzwellende Bolero-herhalingen kregen iets liefs en eenvoudigs te betekenen, boven de tranen uit: het leven gaat door.

Agnes was de zachtmoedigste, de mildste onder ons.

Jean Echenoz, ijskoude kikker onder de hedendaagse Franse romanschrijvers, heeft een beschrijving gepubliceerd van de laatste tien levensjaren van Ravel. De titel: 'Ravel'. No-nonsense.

Die laatste tien jaren van Ravel begonnen in 1928 - Ravel stierf in 1937. In zijn woning in Montfort-l'Amaury. Hij had zich daar gevestigd nadat hij uiteindelijk het huis van moeder en het huis van broer had verlaten. Getrouwd is hij niet, Ravel. Kinderen heeft hij niet verwekt.

In 1928 is hij wel naar Amerika vertrokken voor een tournee van vier maanden. Hij was daar voor uitgenodigd. Ravel is op dat moment tweeënvijftig en samen met Strawinsky de beroemdste componist ter wereld. Beroemd-zijn, het is consecratie door de incrowd. En aanbeveling voor de massa - die kan niet zonder.

Hij vaart erheen met de boot. Met zo'n tweeduizend andere passagiers en vijfhonderd bemanningsleden. De overtocht duurt zes dagen. Zijn bagage bestaat hoofdzakelijk uit vijfentwintig pyjama's, zestig overhemden, vijfenzeventig dassen. Niet te vergeten: twintig paar schoenen. Zonder glanzend gepoetste schoenen is hij niet bereid op het podium te verschijnen. Eén koffer zit boordevol sigaretten. Gauloises.

Het is typerend voor Echenoz om zijn lezers al die getallen precies voor te schotelen. Deze auteur is net als de componist over wie hij vertelt: meticuleus als een ambtenaar bij het kadaster. Of moet ik zeggen: als een metronoom?

Hoe de geest van Ravel gestructureerd was, komt tevoorschijn wanneer hij, na een hersenoperatie, op zijn sterfbed ligt. Hij kan nauwelijks iets verstaanbaars uitbrengen. Weet dan toch te kennen te geven dat hij een bepaalde dame wil zien. Welke dame? Men noemt hem namen. Dames uit zijn omgeving, de wereld van de muziek? Hij schudt van nee. Hij weet er iets uit te brengen. 'Plus bas', kreunt hij. Lager. Hij maakt een begeleidend neerwaarts handgebaar.

Lager? In de kelder? Uiteindelijk begrijpt iemand wat hij bedoelt. Hij wenst de huishoudster nog even aan zijn bed te hebben.

Ravels onderkoelde biograaf meldt ons dat, wanneer Ravel tien dagen later gestorven is, men het lichaam tooit in een zwart pak, met wit vest, een gesteven overhemd, wit vlinderdasje en lichtbeige handschoenen.

Iemand heeft Ravel ooit gevraagd: wat vindt u uw meesterwerk? Antwoordde Ravel: 'De Bolero toch zeker. Wel jammer dat er geen muziek in zit.' Die boutade moet niet doen geloven dat Ravel onverschillig zou zijn geweest over uitvoeringen van zijn meesterwerk. Hij hoorde hoe Toscanini zijn Bolero twee keer sneller liet uitvoeren dan hij wenste; Ravel was uiterst ontstemd. De twee beroemde heren, componist en dirigent, waren gebrouileerd voor het leven.

Zit er geen muziek in de Bolero? Nou ja, als Ravel, de maker, het zelf zegt... Maar, muziek of niet, de Bolero draagt voor mij, little me, onuitwisbare weemoed aan.