De camelia van Proust

De camelia van Proust

Toen Proust nog niet toe was aan zijn 'Op zoek naar de verloren tijd', schreef hij 'Tegen Sainte-Beuve". Een vingeroefening? Ja, een vingeroefening, zo men wil.

Er is nu een Nederlandse vertaling gemaakt van een keuze uit dit wat ongestructureerde werk en daarover is een bespreking verschenen in de NRC (15 mei 2009). De recensent, Marco Kamphuis, blinkt in die bespreking, naar mijn smaak, uit door kennis van zaken en helderheid. En toch overkomt het hem dat hij een week later in diezelfde NRC even op zijn vingers wordt getikt door een lezeres.

Josien van Klaveren corrigeert hem als volgt:

'Marcel Proust droeg een witte Camelia in zijn knoopsgat als hij de salons in Parijs bezocht en geen witte orchidee, zoals Marco Kamphuis schrijft...'

Ik moest een kreetje van geestdrift onderdrukken toen ik dit las. Het had wel een zucht van verontwaardiging kunnen zijn over wat ik als Amsterdamse jongen wel eens als mierenneukerij aanduid. Maar dit keer sprong mijn hart op. Ten eerste al bij de gedachte aan het genoegen dat Josien Marco moet hebben gedaan: zó nauwkeurig te worden gelezen - het is een voorrecht. Maar dat iemand de moeite neemt om zo'n correctie te melden, over het vestimentaire gedrag van een Franse meesterschrijver in zijn mondaine jaren aan het einde van de negentiende eeuw, dat is toch een fantastisch teken van liefde voor de literatuur ook buiten die literatuur zelf. Zolang we dít in een dagblad mogen meebeleven, is de wereld nog niet verloren.

Die hoofdletter die Josien, neem ik aan, aan de camelia heeft gegeven, beschouw ik als een eerbewijs aan 'La dame aux camélias', de roman van Alexandre Dumas fils. Het verhaal over de ongelukkige vrouw (denk aan La Traviata), die met de kleur van de bloem, wit of rood, aangaf of zij al of niet beschikbaar voor de liefde was.

Zou Proust misschien ook...?