Potloodventers

Potloodventers

Wat is taal toch iets verrukkelijks. Nu het langzamerhand tot mensen begint door te dringen hoe obsceen de bonussen zijn waarmee zogenaamde 'topmensen' bij een afscheid weggezegend worden, kom ik af en toe ook de kwalificatie weer tegen die onze oud-premier Kok gebruikte om het verschijnsel aan te duiden.

Hij noemde het 'exhibitionistische zelfverrijking'. Zelfverrijking, dat ging er bij mij gladjes in, zonder probleem.
Maar dat woord 'exhibitionistisch' is me altijd een tikje blijven kietelen. Qua vorm al, vanwege 5xi in één woord, waar de andere letters, zelfs een x, als vuil wasgoed omheen hangen. Bovenal qua inhoud. Zo noemen we het gedrag van rare mannen die de behoefte hebben om hun roede te tonen aan argeloze medemensen die daar niet om hebben gevraagd. Potloodventers. We kunnen het woord moeilijk gebruiken zonder er lacherig van te worden.

Maar had Kok gelijk toen hij die bonus-ontvangers exhibitionisme verweet? Welnee toch zeker. Ik neem toch niet aan dat ze met hun graaivaardigheid te koop liepen. Heeft onze oud-premier willen zeggen dat ze de bonussen stiekem hadden moeten opstrijken?

Ik ben er nog steeds niet uit wanneer ik pieker over de vraag waarom onze eerbiedwaardige oud-premier de bonus-ontvangers langs metaforische weg in de categorie van de potloodventers stopte. En vond dat ze hun regenjas beter maar gesloten hadden gehouden.

Bonus. Ook al zo'n kostelijk woord in dit verband. Het lijkt een verre achternicht te zijn van een latijns woord dat 'goed' betekent en misschien ook wel 'lekker', wanneer je aan de achterneef 'bonbon' denkt. Een bonus, het woord smaakt naar lekkernij als beloning voor goed werk. Goed werk, weten we het zeker?

Zou Kok excessief hebben bedoeld waar hij exhibitionistisch zei? Daar wil het graag op houden.

Ik wijd dezer dagen soms een gedachte aan de bonus-krijgers. Hoe krijgen ze ze, hun bonus? Niet cash, denk ik, voor in de sok. Aandelen, ben ik bang. Al die miljoenen, wat doe je ermee? Beleggen? Sparen? Ich möchte diese Sorgen nicht haben. (Eerlijk gezegd: stiekem toch wèl, een tikkeltje.)