Platoche

Platoche

Het was in 1984. Ik woonde toen tijdelijk in het witte huis dat Theo van Doesburg voor zichzelf gebouwd had in Meudon. Ik ging die dag uit wandelen. Zonder duidelijk doel.

Ik denk aan die dag terug, omdat onze jongens komende vrijdag moeten aantreden tegen het Franse nationale elftal.

Ik daalde de rue Charles Infroit af, passeerde het mij vertrouwde metrostation Meudon Val Fleury. Daar placht ik op werkdagen de metro (de RER) te nemen naar mijn arbeidsplaats, het Grand Palais, een snel en comfortabel ritje - het openbaar vervoer in Parijs, daar kunnen ze elders in de wereld een voorbeeld aan nemen.

Ik wandelde rustig verder benedenwaarts, kwam bij de Seine, betrad aan de overkant het zeventiende arrondissement en werd voorbij de Porte de St.Cloud getroffen door de ruwe klanken van samenscholend manvolk. Wat was hier aan de hand? Ach, ik was zonder het te willen aangekomen bij het Parijse stadion dat de prachtige naam Parc des Princes draagt. Opvallend verschijnsel: er werd uit de losse hand bier ingenomen en daarbij hoorde ook dat er overvloedig geplast moest worden. Het gebeurde eenvoudig. Namelijk door lachend even uit te leggen boven het gewas van de tuintjes van omwonenden.

Ik begreep dat mijn taoïstische onderneming - een weg gaan zonder vooraf vastgelegd doel - zijn bestemming gevonden had.
Hier speelde zich een wedstrijd af om het Europese voetbalkampioenschap, Denemarken tegen Frankrijk. Ik kocht een kaartje en mocht vanaf de tribune beleven hoe Frankrijk won. Een van de Deense spelers brak een been, alle toeschouwers konden het kraken horen.

In mijn column in het Utrechts Nieuwsblad heb ik toen nog geschreven: 'maar die Denen komen wel terecht'. Hoe profetisch dat was, bleek acht jaar, twee EKs, later. Toen was Denemarken weliswaar niet geplaatst, maar het mocht toch meedoen omdat op het laatste moment werd besloten dat we Joegoslavië er niet bij wilden hebben. En ze werden Europees kampioen, de Denen, door in de finale Duitsland te verslaan.

Maar in 1984 werd Frankrijk het. Naar die finale ben ik ook maar gaan kijken, nu ik de weg eenmaal gevonden had. Het werd tegen Spanje 2-0. Het wordt bijna altijd 2-0 in EK-wedstrijden, let maar op.

Ik zat toen op de tribune naast een Fransman die zijn landgenoten aanmoedigde met een handig instrument waarmee hij een toeterend geluid kon voortbrengen louter en alleen door op een knop te drukken - blazen hoefde hij niet. Hij sprak voortdurend over zijn lievelingsvoetballer, Platini. Inderdaad was dat de elegantste en doeltreffendste van allen.

'We noemen hem Platoche', zei mijn vriend van die dag. Hij sprak de naam uit alsof na jaren van mislukte zwangerschappen zijn vrouw hem een zoontje had gebaard.

Platoche is nu voorzitter van de Fifa. Misschien moet hij straks wel de beker van 2008 overhandigen. Aan Van der Sar wellicht?