Pienaar, poen en transcendentie

Pienaar, poen en transcendentie

Pienaar speelde ooit in Ajax. Vandaar is hij de wereld in gegaan, omdat elders nog meer poen te vangen was. Onlangs zag ik hem weer even op de tv. In het elftal van Zuid-Afrika. Tien minuten voor het einde van de wedstrijd mocht hij voor zijn ploeg invallen.

Een pittig opneukertje. Miljonair natuurlijk. Dat kun je ook wel zien aan zijn haardracht, hij kan het zich permitteren om naar een zeer professionele kapper te gaan.

Wat mij aangenaam trof, was hij dat hij onder het aanhollen een kruis sloeg, de ogen ten hemel richtte. Hij had even een kort moment van communicatie met het Opperwezen.

Ik heb later bij mezelf de blik naar binnen gericht en mezelf de vraag gesteld: waarom trof het me aangenaam? Antwoord: omdat ik het een erkenning vond van zijn onderworpenheid aan wat hem te boven gaat. God.

Waarom vind ik dat een goede zaak? Omdat die omhooggekomen opneukertjes ermee te maken krijgen dat ze mediamatig naar de hemel worden opgetild. Godenzonen worden ze genoemd. En in hun oorlelletjes schitteren de diamantjes.

Zo'n gebaar als van Pienaar laat zien dat hij weet heeft van transcendentie. Van dat wat hem teboven gaat. Daar hangt alles voor hem van af. Denk aan het fantastische doelpunt van Van Basten tijdens de wedstrijd tegen de Sowjet Unie in de zomer dat Nederland het EK won. Het is over de wereld gegaan en heeft Van Basten roem gebracht, status, fortuin. Heeft Marco de curve van dat schot zelf precies kunnen uitkienen? Nee toch. Het is allemaal mazzel. Beter: het is Gods wil. Van mij mag je het genade noemen.

We weten ook wel dat de beroemdheid van deze bewonderde knapen geweldige risico's voor hen in zich draagt. De aanbidding waaraan deze snuitertjes ten prooi zijn is uiterst gevaarlijk voor de persoonlijkheid. Op zijn minst ga je jezelf geweldig au sérieux nemen, wat slecht is voor een mens die op het vlak der futiliteit rondhuppelt. Vroeger, toen ik een kind was, hoorde ik thuis de kostelijk uitdrukking gebruiken 'hij ziet zijn eigen stront voor banket aan'. We wisten dan dat er met iemand iets behoorlijk mis was.

Het gebaar van Pienaar was voor mij een teken. Een teken dat de transcendentie nog niet geheel uit de wereld, zelfs de voetbalwereld, is weggemasseerd.