De Pfennig

De Pfennig

Hij fietste voorbij. Nee, niet voorbij, want hij stopte. Hij stapte van zijn fiets en boog zich voorover. Ik zag het hem doen. Als geoefend straatslijper staakte ik mijn wandeling. Hij raapte iets op van de straat. 'Verloren? informeerde ik, om van mijn deelname blijk te geven.

'Nee hoor. Ik klus. En ik kijk of ik dit gebruiken kan.' Hij toonde een gekromd stuk ijzerdraad. Hij monsterde het en keurde het af. 'Te versleten', legde hij me uit. 'Maar vaak vind ik onderweg iets dat nog best te gebruiken is.'

Hij haalde een metalen voorwerpje uit zijn zak om zijn verdere betoog te illustreren. 'Zoiets als dit is nog heel goed te gebruiken. En als je het moet kopen ben je toch nog twintig cent kwijt.'

Hij keek me goedhartig aan. Ik hoorde een leuk accent-floersje over zijn overigens perfecte Nederlands. Een Duitser schatte ik. En ja hoor. 'In het Duits zeggen we 'Wer den Pfennig nicht ehrt, ist des Talers nicht wert.'

Ik verklaarde me voor honderd procent akkoord met deze sympathieke waarheid. Ik weet dat een Pfennig zoiets is als een centje. Hoeveel een Taler is, omgezet naar mensengeld? Geen flauw idee. En ik heb geen behoefte het te weten. Je kunt jezelf het afzien van overdreven weetgierigheid cadeau doen en je daar zeer wel bij voelen.

Wel was ik tevreden dat ik er een Duitstalige stelregel bij had geleerd, ook al omdat het een mijner vooroordelen bevestigde: je mag geen centje voorbijlopen zonder het van de straat op te rapen. Ik zal het nooit nalaten, hoewel het me geen fortuin heeft bezorgd.

Toen mijn op hoog niveau taalkundig geschoolde buurman hoorde van de gebeurtenis wierp hij de vraag op of we een Nederlands equivalent kennen. We kwamen niet verder dan 'Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd.' Hm. Het concrete, over die Pfennig en de Taler, beviel ons toch beter vanwege grotere tastbaarheid.

En ik bedacht (later): de waarheid ligt op straat.