De olifanten van Chiang Rai

De olifanten van Chiang Rai

In de Metro van vandaag (1 april 2008) een foto van olifanten. Het onderschrift leert ons dat ze deelnemen aan een olifanten-toernooi in de noordelijke Thaise provincie Chiang Rai. Teams uit achttien landen doen mee met 28 olifanten. Ik speur de foto aandachtig af. Is dat de mijne, die mijn leven redde?

Het was in november 1991. Ik was naar Chiang Rai gevlogen om er de wereldreiziger Hans Groot te ontmoeten en met hem een leerzame week door te brengen in dat wonderlijke gebied waar Thailand, Burma en Laos, metaforisch gesproken, een gevarendriehoekje in de wereld omgeven.

Mijn conditie was slecht. Vlak voor de verre reis begon had ik met de topjournalist Remco Meijer in café Wildschut in Amsterdam tot in de nacht aangenaam vertoefd onder het nuttigen van wodka. Hoeveel? Tja, dat houd je niet precies bij, wanneer er wat te bepraten is.

In Thailand kon ik het geestrijke vocht nog voelen klotsen vanbinnen.

We liepen over een pad in de wildernis, Hans en ik. Een open plek, zonder beschutting voor de felle zon. Zweet. Ik wankelde. Noem het straf voor overmatige wodka-inname. Ik dacht: dat was het dan. Tot hier heeft de Heer mij getolereerd. Hoe nu verder? Ik kon niet meer voort.

Toen hoorde ik het indrukwekkend geruststellende slofslofslof van naderende olifanten, drie in getal. Ze droegen ieder een ranke olifantenbestuurder en twee toeristen. Zwitsers, die laatste. Uit Sion, in het Rhônedal. Dat vernam ik, na de bestijging via slurf van het vriendelijk knielende dier en de kennismaking, daarboven. Met veel plezier, want ik kende Sion waar prachtige zijdalen leiden naar chalets vanwaar het Alpenglühen zichtbaar is om nooit te vergeten.

Naast een hooggezeten Sionnaise kon ik plaats nemen. Ik had een lift gevraagd en gekregen. Mijn fitte wandelgenoot volgde beneden te voet - deze veelzijdig begaafde heeft over het gebeuren later nog een fraai sonnet geschreven, dat ik graag zal afdrukken, als iemand er om vraagt en de dichter toestemming geeft.

'Ik weet niet waar ik sterven zal', heeft Multatuli gedicht. Ik heb onder de moordende zon even gedacht dat ik het aan de weet kwam: ver weg, in Thailand. Maar nee, heb uitstel gekregen. Een olifant kwam om dat mogelijk te maken.

Ik speur de foto met de olifanten af. Zou ik de redder van mijn leven herkennen?