Ochtendschemer

Ochtendschemer

Vijf uur 's morgens. Ik zit op de rand van het bed en beweeg een tijdje niet. Moet. Is beter. Want als ik te onstuimig opspring na het wakker worden, krijgt mijn bloed de gelegenheid niet om gauw te wennen aan de nieuwe stroomrichting en overkomt me duizeling. Dus zit ik even op die rand en geef me de tijd om naar de stilte van de stad te luisteren.

Van Nicolaas Witsen (1860-1923) is bekend dat hij graag in de ochtendschemering Amsterdam al in trok om er te aquarelleren. Wellicht heeft hij net als ik het geluk gekend van het horen van de stilte. Je kunt de stilte ervaren als afwezigheid van geluid. Maar op uitverkoren momenten kun je ook het omgekeerde beleven. Dat de stilte het zijnde is en het geluid het afwezige, het niet-zijnde. Terwijl gelijktijdig dat wat we overdag als het zijnde beschouwen, het vertrouwde, zich weer voorzichtig aandient. In zijn herkenbare vorm. Wat een wonder, dat het zo vriendschappelijk op ons heeft willen wachten.

Witsen woonde en werkte in een mooi huis dat staat in een straat die langs het Oosterpark loopt. Een Stichting maakt het nu kunstenaars mogelijk er een tijdje te verblijven. Ik ben er eens binnen geweest op bezoek bij Jan Kal, die er toen huisde. Hij zal er menig sonnet hebben geschreven en het schijnt dat hij zijn bovenbuurvrouw, die literair proza produceerde, nogal eens uit haar slaap heeft gehouden. Ik heb dat uit een bron waarvan ik de betrouwbaarheid niet kan inschatten, maar ik meld het, om ook eens een bijdrage aan het knetteren van de letteren te leveren. Ik besef de futiliteit van deze roddel.

Veel belangrijker is natuurlijk dat Jans voorgangers en vroegere collega's, de Tachtigers, in dat huis hebben verkeerd. En vooral ook dat Paul Verlaine in de herfst van 1892 in het huis van Witsen heeft gelogeerd. Vier dagen. De kamer waar Verlaine sliep zal tot het einde der tijden de Verlaine-kamer heten. Eenieder die het beschoren is daar binnen te treden zal dat met eerbied doen.

Het is nu zes uur. De nacht hangt buiten nog boven de gracht; de dag laat nog even op zich wachten. Ik hoor de brommer van de krantenjongen, altijd stipt op tijd. En het tsjilpen van de meesjes. Die hebben de lente in hun hoofd.

De afbeelding toont een aquarel die Willem Witsen maakte in de Amsterdamse binnenstad, aan de Prins Hendrikkade. In de ochtendschemer kan de Schreierstoren worden herkend. Als een standvastige, trouwe vriend.