De glazenwasser

De glazenwasser

Glazenwasser Gerrit woont bij de watervallen. Hij is een waterspin met stevige poten en een ijzeren wil. Hij wil altijd over het water lopen. Dat kan hij heel goed. Geen probleem dus. Elke glazenwasser kan over water lopen, niks bijzonders, dat weet iedereen.

Thea is de kwaadste niet

Thea is de kwaadste niet

Pimmetje ziet de meisjes touwtjespringen. Hij wil het ook.
Hij vraagt aan Wiesje: 'Mag ik ook?'
Wiesje roept naar Thea: 'Hij wil ook.'
'Goed' zegt Thea.

Pimmetje gaat naast Petra staan. Die staat in het midden, tussen Wiesje en Thea. Die twee houden het touw vast en zwaaien het rond. Pimmetje moet meespringen met Petra.

Zodra Wiesje en Thea beginnen te zwaaien springt Pimmetje omhoog. Wanneer het touw weer beneden komt, is Pimmetje ook beneden. Het touw botst tegen zijn enkels. Even later komen ook de benen van Petra weer op de grond.

Meneer Dunnemans schrijft aan de koningin

Meneer Dunnemans schrijft aan de koningin

Meneer Dunnemans loopt de trap op en puft. Hij puft omdat hij zoveel moet tillen. Niet zijn boodschappen, want hij heeft alleen maar een een half broodje gekocht. Nee, zijn buik is erg dik. En dus ook erg zwaar. Altijd meetillen, het valt niet mee. Vooral de trap op, erg zwaar. Daarom puft hij.

De stoute viooltjes

De stoute viooltjes

Meneer Verstard wordt wakker. Hij loopt naar het raam en kijkt hoe de tuin erbij ligt. De tuin ligt er prima bij. De zon is weer opgekomen aan de linkerkant, zoals het hoort. Het licht strijkt erg mooi over de dauwdruppels. Ze schitteren als diamanten. Alle bloemen van de tuin kijken meneer Verstard vrolijk aan.

Wim Buitendijks binnenvaart

Wim Buitendijks binnenvaart

Geboren zijn op een werf waar binnenvaartschepen voor reparatie op de helling gaan, op luttele decimeters van je jongensbed. Daar tot je dertiende levensjaar je dagen doorbrengen temidden van werkers en scheepsvolk, nabij de rivier met zijn getijden en zijn sterke stroom.

De val van mevrouw Geneugt

De val van mevrouw Geneugt

Meneer Viagra at het allerliefste zuurstok met suikerspin. Als er kermis was genoot hij volop. Jammer genoeg was er maar eens per jaar kermis in zijn stad, een weeklang. In die week was hij niet weg te slaan bij de snoeptent.

Sijtje Zingt

Sijtje Zingt

De Koningin Moeder houdt erg veel van mooie muziek. Ze gaat vaak naar het Concertgebouw in haar wijde mantel. Die houdt ze steeds aan en haar kroontje houdt ze op. Met een kroontje op kun je heel goed naar mooie muziek luisteren.

Klaartje en de maan

Klaartje en de maan

Het is nacht. Klaartje staat bij het raam van haar kamer.

Door het raam ziet ze de maan. De maan kijkt haar aan, zo lijkt het. Ineens geeft de maan Klaartje een knipoog.

Klaartje krabt op haar hoofd. Heeft ze het ècht gezien? Gaf de maan een knipoog?

Klaartje gaat in haar bed liggen, want ze heeft slaap. Naast haar ligt Muis. Dat is haar liefste pop. Voor ze in slaap valt, vraagt Klaartje aan Muis of de maan een knipoog kan geven. Muis gaat rechtop zitten en zegt: 'Jazeker Klaar. Maantje geeft soms een knipoog. Hij doet het alleen aan meizen die hij aardig vindt.'

Ariël

Ariël

'Hallo', zei ik.
Ik kon hem niet zo maar voorbij lopen. Hij stond er zo parmantig bij, een kleine engel van vier jaar met blond vlashaar.

De uitvinder

De uitvinder

Jarenlang had Anton Vroegerd er over gedaan, maar uiteindelijk was het hem dan gelukt: hij had een middel gevonden om spinrag te verstevigen. Zodat het praktisch onbreekbaar werd.

Hij had het niet belangeloos gedaan. En ook niet tot heil van de mensheid. Nee, hij had het gedaan omdat hij zo mateloos verliefd was op Marjolein van Innigewegen, die aan de andere kant van de straat woonde, recht tegenover hem.

Inhoud syndiceren