Langstaartparkieten

Langstaartparkieten

Voor mijn raam staat aan de rand van de Bloemgracht een iep. Nu het winter is houdt hij zich uiterst kaal staande. Er zijn dit jaar in mildere dagen langstaartparkieten geboren in een nest dat vader en moeder hadden ingericht in een holletje in de stam, halverwege de boom waar de eerste takken van de kruin beginnen. Toevallig dacht ik onlangs aan ze. Die zie ik voorlopig niet, dacht ik nog. Vergissing. Want zojuist, maandagochtend 10 december, dartelen er vier flink uit de kluiten gewassen langstaartparkieten langs de plek waar ze hebben gewoond.

Paul van Ostayen

Paul van Ostayen

De amaryllis waarover ik schreef is dermate indrukwekkend dat ik schrijvend over het gedicht van Paul van Ostayen alleen een afbeelding van de bloem toonde en niet het protret van de schrijver, zoals ik gewoonlijk doe. Ik heb een gevoel van schaamte dat Van Ostayen tekort heb gedaan. Onterecht natuurlijk. Derhalve maak ik het hierbij goed.

Amarillys

Amarillys

Nu ik leef met een bloemenvrouwtje staan er altijd prachtige bloemen in de keuken. Dezer dagen zelfs een amaryllis. Dat is wel een buitengewoon indrukwekkende bloem. Hij overschaduwt genadeloos de anjers even verderop op het aanrecht. Die zijn mij dierbaarder wegens hun aandoenlijke rode streepjes op de witte bloembladeren en hun bescheiden formaat. Maar ja, die imposante amaryllis brengt mij, mijmerend, alsmaar twee onvergetelijke dichtregels van Paul van Ostayen in de geest:

Wijsneus / Amarillis.

Amarillis
hier is
in een zeepbel
Iris

hang aan de bel

Magere brug

Magere brug

Zat ik vanmiddag in de tram, net als zo ongeveer elke dag, en trof ik het dat er onderweg in het Nederlands en in het Engels door een mechanische stem verteld werd wat er terzijde van de route te zien was. Een aardige geste voor de niet-Amsterdammers uit binnen- en buitenland.

En er was zowaar toch een mededeling waar ik iets van leren kon, hoewel ik door ruim tachtigjarige bewoning, met luttele interrupties elders, het bedenkelijke gevoel heb dat niemand mij iets over Amsterdam vertellen kan wat ik nog niet weet. Kapsones natuurlijk, want te leren is er altijd wel iets.

Oorbellen

Oorbellen

Ajax heeft gewonnen van PSV. Het doet me genoegen. Ooit heb ik als aspirantje in Ajax gespeeld (ik mag dat altijd graag even vermelden, uit opschepperigheid). Terwijl PSV dezer dagen door kenners toch als superieur wordt beschouwd. Ik kan dan ook wel een beetje meeleven met de trainer van PSV, over wie ik in de krant lees dat hij zich 'groen en geel heeft geërgerd' aan zijn spelers.

De ergernis betrof ook het gedrag van een van de spelers, over wie vermeld wordt dat deze 'moest invallen maar zijn oorbelletjes niet uitkreeg'.

Ik word daar dromerig van.

Pim

Pim

Dat heeft hij bereikt, Pim Fortuyn. Dat als je Pim schrijft iedereen weet over wie je het hebt. Hij had iets. Ongedwongenheid plus intelligentie, een nogal zeldzame combinatie, eigenaardig genoeg. Eerlijk gezegd liep ik niet zo met hem weg als velen onder mijn meestal toch nogal links uitgevallen vrienden en vriendinnen. En nou ineens begrijp ik èn hen èn mijzelf.

Dat komt door de Parool van vandaag, 29 november 2012.
Er staat een interview in met ene Harry Mens, een patser van jewelste. Die vertelt het volgende:

Vivaldi

Vivaldi

Ik hou zo van Vivaldi. Jasperina de Jong heeft het ooit gezongen op een tekst van Guus Vleugel. Om de burgerman belachelijk te maken die zich zo uitlaat 'Ik hou zo van Vivaldi'. Succes verzekerd. We sliepen immers graag de burgerman uit, ook al ben je er zelf eentje. Ik ben er een - zo iemand die van Vivaldi houdt, bedoel ik.

Sint Franciscus

Sint Franciscus

Er zijn tussen Saint Franciscus en mij in ieder geval twee verschillen. Hij is heilig en ik niet. Hij preekt tegen de vogeltjes en ik niet. Maar ik zeg wel regelmatig iets tegen de vogels op mijn pad. Als er eentje erg mooi is, kan ik zelden nalaten mijn bewondering even uit te spreken.

Ik zou dat ten aanzien van passerende meisjes soms ook willen doen, maar laat het na, uiteraard. De vogels hebben er geen bezwaar tegen. In de Lutmastraat bijvoorbeeld lopen ze dan een eindje met me op - ik heb het nu over de duiven.

De Saksische onderlip

De Saksische onderlip

We zijn nazaten van Bataven, Franken, Friezen, Saksen. Er vallen ongetwijfeld nog een heleboel andere mensengroepen te noemen, maar ik geloof hiermee de oudste en meest in het oog tredende wel te hebben genoemd. Zo niet, dan verneem ik het wel. Vandaag wil ik het over de Saksen hebben. Vandaar hierbij het portret van Frederik de Wijze.

Woorden van Hans Ekkel

Woorden van Hans Ekkel

Er is een nieuwe bundel verschenen van de dichter Hans Ekkel. Titel: IJssel balansact. Een balansact is iets moeilijks, maar kunstigs, iets dat een koorddanser realiseert als hij hoog boven de medemensen er op zijn draad adembenemend voor zorgt dat hij niet vallen gaat. De IJssel is de meest poëtische rivier van Nederland. Hans Ekkel woont daar in de buurt, in Diepenveen. Hij schrijft over wat hij kent.

Inhoud syndiceren