In de Marnixstraat

In de Marnixstraat

Nu ik het toch over beelden in de stad heb, moet ik het toch weer eens hebben over mijn lievelingsbeeld, dat van de gehaaste violist in de Amsterdamse Marnixstraat. Ik zie het bijna dagelijks, want het staat vlak bij de tramhalte waar je lijn tien richting het Leidseplein kunt nemen. Het beeld staat zó geplaatst dat je denken kunt dat die violist zich spoedt naar een tram die hem daarheen brengen kan.

Dat je dat denken kunt is op zichzelf al iets sympathieks; daar is een mens verbeeld die onderworpen is aan dezelfde condities van het mens-zijn als wijzelf: je hebt haast en je moet voortmaken. Wat die violist sympathiek maakt is dat je de het idee kunt hebben dat hij al rennend toch nog zijn hoed voor iemand afneemt. O mooie tijden toen mannen nog een hoed droegen in plaats van een bivakmuts en die hoed ook nog afnamen om een beleefde groet te brengen. Het kan natuurlijk ook heel goed zijn dat hij die hoed vastheeft opdat de wind, die we erbij kunnen denken, hem niet meeneemt. Hoe het ook zij, die hollende violist, is een echt medemens. En wat hebben we mooier op de wereld dan onze medemensen?