Nut van de palm

Nut van de palm

We hebben veel nut van de palm. Van zijn nerven wordt een bezempje gemaakt. En dan vooral de kokosnoten, met hun heerlijke sap, en het vruchtvlees. Van de dop kun je een waterschp maken of een emmertje. De belangrijkste bijdrage van de palmboom aan het welbehaen van de wereld is zijn schonheid.

De fiere stam van de palm staat model voor de zuilen van de Griekse tempels. Zijn karakteristieke waaieer-kruin is een index voor het zoete leven in tropische en subtropische streken. Elke palmtak is een parasol die zichzelf niet al te serieus neemt - je kunt er heus niet onder schuilen tegen regen of zon, zoals wel het geval is bij het bananenblad. Zacht wuiven en mooi zijn, dat is alles.

Die schoonheid is als van de perfecte arceringen in tekeningen van Rembrandt; geen lijn is verkeerd getrokken, elke lijn weet prcies op tijd op te houden, zodat het grote geheel een recht afgeknipt blad lijkt te zijn.

Als de palm zo veel kan bijdrage, waarom zouden we het dan ook niet van de mensen kunnen vragen om bij te dragen aan welbehagen?

En dan nog een voorbeeld dat de palm ons mensen geeft, door te tonen dat zijn zuil niet noodzakelijk van onderen dikker is dan boven. Hij wordt zelfs wel eens een beetje dikker bij het voortgroeien. Net zoals bij ons mensen bij het voortgaan in leeftijd ook wel gebeurt. Niet altijd fraai, maar och, als de palmboom het voorbeld geeft...