Palm

Palm

Ooit schreef ik op Bali 'Wat ik leer van de palm'.

Hij lijkt kaarsrecht naar boven te gaan. Maar al groeiende heeft hij aanvechtingen om af te wijken van zijn strakke voortgang.

Wie goed kijkt naar zijn stam, ziet dat hij soms naar de ene kant wilde afwijken; er volgende dan steeds tijdig een correctie. Globaal bleef zijn plan: recht omhoog. Dat plan volbrengt hij.

De stam van de palmboom laat zien dat kaarsrecht niet bestaat. Die stam is het resultaat van een groei, van vooruitgang. De wetmatigheid die we kennen van de voortgang van een fietser - die kan eenvoudigweg niet voortgaan zonder afwijken-en-bijsturen, daarbij vasthoudend aan geplande lijn. Een vastgezet stuur leidt tot omvallen.

De stam van de palm lijkt opgebouwd uit op elkaar geplaatste schijven, die ook al niet helemaal regelmatig zijn.

Het voorrecht van de palm is dat hij van het begin af aan weet dat hij zo recht mogelijk omhoog moet. Voorrecht is ook dat hij weet wanneer hij hoog genoeg is gekomen. Dan laat hij zijn takken uitwaaieren, met bladeren en nerven. Daar kan een mini-groeicel ontstaan en komen de kokosnoten. Boven aan de stam is het creatiepunt van de palm; daar starten de takken, de vruchten en de rare groeisels.

Het is natuurlijk een geweldig voorrecht om te weten waarheen je groeien moet, en wil. Lang heb ik gedacht: hoe eerder je het weet, als mens, hoe beter. Mozart wist het al toen hij nog een kleuter was. Büchner, Radiguet, ze wisten het als heel jonge mensen. De palm laat zien dat het voor hem geldt, maar we weten dat het onder ons mensen lang niet voor iedereen geldt. Van Gogh wist pas tegen zijn dertigste levensjaar dat hij niet dominee moest worden maar beeldend kunstenaar. Zodat hij tot aan zijn dood op zijn 37e maar zo'n acht à negen jaar heeft gehad.