Jacob Dooijewaard

Jacob Dooijewaard

Gerda en Kees Weijerman stuurden me een wenskaart met een afbeelding van een schilderij gemaakt in 1899 door Jacob Dooijewaard. Het is hierbij afgebeeld. De titel: 'Spelende kinderen in het Westerpark te Amsterdam'. Ik word dromerig als ik er naar kijk en neem daar de tijd voor, want er valt veel te zien en veel bij te denken, twee activiteiten die ik graag beoefen.

Kinderen? Had het ook niet 'Spelende meisjes' kunnen heten? Of zie ik iets over het hoofd? Achteraan misschien drie jongens. En wordt er echt gespeeld? Ja, een paar. Een meisje met een karretje op de grond. Een ander met een blikken muziekmakertje in haar hand. Eentje met een mini-pianootje. Hollen is er niet bij. Enkele volwassenen, vast en zeker dienstpersoneel. Links vooraan twee al wat grotere meisjes, vrouwtjes in wording. Jurkje. Rokje. Matrozenkraagje. Allemaal een hoedje op, ook al is echte deftigheid er niet bij. Maar je voelt duidelijk dat het toen ongepast moet zijn geweest om boven een bepaalde leeftijd (die het meisje met het houten karretje nog niet bereikt heeft) op straat te zijn zonder hoofddeksel.

Dat alle afgebeelde mensenkinderen zich schikken naar dat culturele voorschrift (hoedje op als je naar buiten gaat) geeft een impliciete betekenis die in dit schilderij te vinden is: iedereen voegt zich naar iets wat 'hoort'. Een tijd van geen haast, geen onrust en van gehoorzame aanpassing. Dat leert Dooijewaard ons. Onopzettelijk - dat is het mooie bij leren door kunst. Kunstenaars hebben voor ons dikwijls, zonder opzet, de functie van denkmeesters.