Paul van Ostayen

Paul van Ostayen

De amaryllis waarover ik schreef is dermate indrukwekkend dat ik schrijvend over het gedicht van Paul van Ostayen alleen een afbeelding van de bloem toonde en niet het protret van de schrijver, zoals ik gewoonlijk doe. Ik heb een gevoel van schaamte dat Van Ostayen tekort heb gedaan. Onterecht natuurlijk. Derhalve maak ik het hierbij goed.

Bij dat goedmaken hoort dat ik er hierbij op wijs dat de dichter Paul van Ostayen niet alleen zijn poëzie als bijdrage heeft geleverd aan ons Nederlandstalig cultuurgoed. Vandaag, 9 december 2012, heb ik derhalve nog een exemplaar gekocht van het door de uitgeverij Voetnoot gepubliceerde boek getiteld 'Vijf grotesken'.

Een van die grotesken draagt de titel 'Werk en spaar'. Ik citeer daarvan alleen de eerste zin. Die kan volstaan om de hoge kwaliteit te tonen van het proza dat Van Ostayen, meer dan slechts dichter, heeft geproduceerd. Wie zo schrijft is een prozaïst van hoge klasse.

'De schoonheid van de demi-mondaine Anèle Hoedemakers was zo onaanvechtbaar, dat zelfs de heer Everardus Breeske, vijf-en-dertig jaar oud, geldinner van beroep en vrijgezel, zich smoorlik in haar verliefde.'

'De schoonheid