Sturnus vulgaris

Sturnus vulgaris

Sturnus vulgaris. Zo luidt, als ik het goed heb de latijnse naam van de spreeuw. Waarom ik zo dol op ze ben, op die spreeuwen, ik ben er zelf verbaasd over. Natuurlijk zijn ze erg mooi, maar dat zijn papagaaien ook. Het helpt, mooi zijn, maar is niet voldoende om zo'n hoge plaats op mijn persoonlijke affectieladder te verklaren.

Het heeft met hun gedrag te maken: die bedrijvigheid, inclusief flink wat hanigheid in de onderlinge verhoudingen, maakt me altijd aan het lachen en ik ben immer dankbaar voor de aanwezigheid van lachlustwekkende medeschepsels. Het is, denk ik, vooral hun motoriek. Ze pikken zo heerlijk driftig naar voor ons mensen onzichtbare voor hen echter hoogst aantrekkelijke eetbaarheden op het asfalt. Ze verplaatsen zich alsof ze de laatste trein moeten halen en het verrassendste daarbij is dat ze niet alleen hippen maar af en toe overgaan tot stappen, zoals wij van het mensenras doen. Misschien is dat wel het allerkoddigste dat ze in huis hebben. In een volgend leven wil ik wel als sturnus vulgaris terugkomen, vooral ook om eens mee te vliegen in zo'n spreeuwenwolk en daarna, terug op aarde bedrijvig rond te trippelen tussen de rails van de tram op zoek naar lekkers, ondertussen af en toe een pik uitdelend naar een al te nabije medetrippelaar, al was het alleen maar voor de gein.