Vespasianus

Vespasianus

Hoe komen mijn gedachten bij Vespasianus terecht? Ik dacht aan de zorgelijkheid die ons aangepraat wordt. Straks zal er geen geen geld meer zijn voor de oudjes zoals ik, dat soort dingen. Zou ik geen pensioen meer krijgen en mijn brood weer moeten gaan verdienen? Door te werken? Wat kan ik?

Ik kan, bedacht ik, de Franse taal onderwijzen, daar heb ik voor doorgeleerd. Ik kan, om een voorbeeld te noemen, vertellen wat de imparfait du subjonctif is, eerste persoon enkelvoud, van het werkwoord savoir. Que je susse. Niet te verwarren natuurlijk, wegens gelijkluidendheid, met de eerste persoon enkelvoud van het werkwoord sucer in de gewone tegenwoordige tijd.
Zo komen mijn gedachten terecht bij het opschrift dat je in Parijs in vroeger tijden geregeld aantrof in urinoirs: je suce les belles bites. Met een telefoonnumer daarbij, voor eventuele geïnteresseerden. Denk aan oversekste heren die aldus aan hun gevoeg zouden kunnen komen.

De aanwezigheid van openbare toiletten getuigt van de sociale instelling van het stadsbestuur van Parijs. Daar kan onze Nederlandse hoofdstad, net als op veel andere punten, een voorbeeld aan nemen. De Parijse urinoirs van vroeger zijn geworden tot openbare toiletten die ook geschikt zijn voor dames. Toegang gratis.

De Parijse urinoirs van weleer werden door geletterden 'vespasiennes' genoemd. Een pracht woord, gevormd naar de naam van de Romeinse keizer Vespasianus. Die had in de eerste eeuw van onze jaartelling al het goede idee om in Rome zijn onderdanen met hoge nood een oplossing te bieden.