Leonardo

Leonardo

Ik wandelde vanaf het Centraal Station Damwaarts. Op het Damrak kocht ik een patatje mèt; daar smul ik graag van. Ik vroeg een kleintje en kreeg een zak vol waarmee ik alle bewoners van een hongerig dorpje in Noord-Mali op een bescheiden maaltijd had kunnen tracteren. Het was midden oktober stralend lenteweer. Dus zette ik me na enig lopend smikkelen neer op een nog nèt vrije plek op een bankje tegenover het Beursplein. Terzijde van een Duitse heer, die ook al genoot van de zonneschijn en gezellige omgeving. Hij vierde dat door dromerig een Macdonalds-consumptie naar binnen te proppen die qua proportie uitstekend paste bij zijn lichamelijke omvang.

Ik kreeg mijn zak patatmèt op eigen kracht niet leeg, maar had het geluk dat aanwezige duiven wel enige belangstelling toonden voor wat ik voor mijn voeten neerwierp. Toen ze zich hoofdschuddend verwijderden waren de spreeuwen aan de beurt. Die vind ik pittiger en mooier. Onder elkaar kunnen ze behoorlijk krengerig zijn. Voor de duiven wijken ze beleefd uit. Wegens geringere omvang zijn ze wel gedwongen om te wachten op hun beurt, hetgeen ze driftig dribbelend doen.

Ik vervolgde mijn tocht en bereikte de Dam. Die stond vol helse zwaaitoestellen, die jongelingen hoog in de lucht tillen, zodat ze het tegen betaling lekker eng hebben en het recht verwerven om te gillen. Een Amerikaanse heer vroeg mij hoofdschuddend de weg naar elders. Ikzelf betrad de Nieuwe Kerk. Binnen hing een monstrum, een dulle naschildering die Andy Warhol maakte van wat Leonardo da Vinci schilderde, het Laatste Avondmaal. Ik hoef niet te vertellen hoe indrukwekkend het origineel is. Ik heb er als achttienjarige voor gestaan, in mijn eentje, in de eetzaal van het Santa Maria Delle Grazie klooster in Milaan. Hoogtepunt in en mensenleven. Dat was in 1948; de toeristenstroom, die alles verpest, was nog niet begonnen.

De mallotige kunst-profanatie dezer dagen in de Nieuwe Kerk, naast de lelijkmaking op het plein buiten, laat zien tot wat welke vulgaire knievallen men bereid is om toeristenvolk te lokken.

Godzijdank trekt de zon er zich niets van aan.