Wind

Wind

De dichter Frits Ekkel heeft een zesjarige kleinzoon, Valentijn. Frits en Valentijn hebben onlangs een leerzame instelling bezocht, waar men van alles over het menselijk lichaam aan de weet kan komen. Bijvoorbeeld dat een mens gemiddeld 17 keer per dag een wind laat - ik verzin het niet. Na dit bezoek deed het zich voor dat de kleinzoon aanwezig was toen opa een windje liet. Het was in de vroege ochtend, de dag moest nog beginnen. Het geluid van de nietige explosie was Valentijn niet ontgaan.

Hij gaf op ernstige toon zijn commentaar.
'Nu hoeft opa er vandaag nog 16 te laten.'

Het werkwoord 'hoeft' in de zin van Valentijn stemt tot overdenking. Dat Valentijn 'hoeft' zegt zou er op kunnen wijzen dat hij begrepen heeft: een mens is verplicht om er 17 per dag te laten. En wanneer je dat generaliseert dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat in de geest van mensjes van zes de algemene gedachte sluimert dat dagelijkse handelingen deel uit maken van een geheel van - wellicht niet altijd gemakkelijke - verplichtingen waaraan iedereen onderworpen is.

Zij die het voorrecht hebben om met Valentijn te verkeren, mogen wel goed opletten en registreren wat deze veelbelovende kid nog meer aan observaties aan de wereld te schenken heeft.