Nutteloze kennis

Nutteloze kennis

De mooiste bladzijden in het boekje 'Nutteloze kennis' van Jan Wychers zijn die welke zijn gewijd aan het Handboek Soldaat. Vanwege de herinneringen die ze oproepen aan mijn militaire dienst, die ik heb verricht van 1950 tot 1952. Naar aanleiding van wat het Handboek Soldaat voorschreef verwijst Jan Wychers naar het taalgebruik onder de dienstplichtigen van toen. Hij noemt de uitdrukkingen 'een douw krijgen', 'balen' en maten naaien'.

Bravo, denk ik, als ik dat lees. En natuurlijk welt er onmiddellijk een aanvullende gedachte op. 'Bruinwerker'. Dat is ook zo'n betekenisvolle term die geassocieerd is aan de militaire context van mijn begintwintigste levensjaren.

Het was een woord dat gebruikt werd om een mede-dienstplichtige aan te duiden die zich uitsloverig onderdanig gedroeg tegenover een meerdere. Een kontlikker zogezegd. Maar het gebruik van het werkwoord kontlikken was te gewoon voor ons, dat werd immers ook in de wereld van de niet-militairen gebruikt. Wij hadden het liever over 'een bruine arm halen'. En wanneer we het meemaakten dat iemand bij een meerdere een bruine arm aan het halen was, dan was het voldoende om een bepaald gebaar te maken, dat bestond uit het strekken van de linker arm en de gestrekte rechterhand dan loodrecht te plaatsen op die gestrekte arm ter hoogte van de spierbal. Een uitdrukking van minachting en treurigheid op het gezicht hoorde daarbij en de betekenisvolle woorden 'tot zó ver', waarmee aangegeven werd tot hoe ver die arm wel in de aars van de aangesproken meerdere was binnengedrongen, hoe diep deze 'bruinwerker' wel bereid was te gaan.