Khadaffi, afgevloeid

Khadaffi, afgevloeid

Het verschil tussen democratie en dictatuur bestaat in hoofdzaak uit het al of niet bestaan van deugdelijke afvloeiregeling. In echte democratieën worden met macht beklede bestuurders voor een beperkte tijd aangesteld.

Omdat er voor een goede afvloeiingsregeling is gezorgd, zullen ze zich (normaliter) niet al te fanatiek aan die macht vastklampen. Staatshoofden in toonaangevende Europese landen weten dat het aantal jaren dat ze hun prestigieuze posten mogen bekleden beperkt is. Khadaffi, om maar eens iemand te noemen, was een dictator, niet zo zeer omdat hij de baas speelde, maar omdat hij van geen ophouden wist.

Toen hij was afgemaakt, toonden televisiebeelden de jonge militair die hij ooit was: een goed ogende knaap, die samen met gelijkgestemden in Lybië een einde had gemaakt aan het bewind van een oude potentaat. Een kwiek kereltje. De macht die hem daarna is toebedeeld heeft hem gemaakt tot de belachelijke potsenmaker van later, eerst bemind door volksgenoten, en gestiekt door westerse geldverdieners, die dat wel mooi vonden, zo’n paljas die à raison van gulle grijpstuivers geen problemen maakte bij het profijtelijk wegsluizen van de petroleum.

De afvloeiing zonder democratische regeling heeft nogal eens een gewelddadig karakter, maar niet altijd. Stalin bijvoorbeeld is in zijn bed gestorven. Afgevloeid is hij uiteindelijk wel natuurlijk, zoals wij allen, mensenbroeders eens worden afgevloeid, dat is de opperste democratie. Allemaal zijn we gelijk in het aangezicht van de dood; François Villon heeft het kernachtig verwoord.

Hier is zijn gedicht, in de Nederlandse vertaling van Ernst van Altena.

Gij mensenbroeders die ons overleeft,
Gedenkt ons zacht, gedenkt ons vilein.
Want juist als gij erbarmen met ons heeft
Zal God ook jegens u genadig zijn.
U ziet ons hier gehangen per dozijn.
Ons vlees, door ons gespijsd tot aan de strot,
Is sedert lang verteerd, vergaan, verrot.
Wij beend’ren worden ook tot stof gewreven.
Dat niemand lacht om ons zo droevig lot;
Bidt slechts tot God dat Hij het ons vergeve.

Als wij u broeders noemen, kijk dan niet
Misprijzend, ook al bengelen wij hier
Met reden en terecht. Wie logisch ziet
Ballade van de gehangenen
Weet dat de mens vaak dom is als een dier.
Vraagt dus voor dit dozijn, dood als een per,
De hoge gratie van Maria’s kind.
Dat Hij ons net als ieder mens bemint
En onze ziel niet in de hel doet beven.
Ons lijf is dood, verdwenen met de wind,
Bidt slechts tot God dat Hij het ons vergeve.

De regen spoelde en waste onze huid.
De zon heeft ons geblakerd en gelooid.
De eksters pikten ons de ogen uit.
De kraaien hebben ons de baard gerooid.
En zelfs de laatste rust krijgen we nooit;
Wij zwaaien en wij draaien met de wind,
Die met ons speelt gelijk een kaatsend kind.
Veel vogelsnavels kwamen ons doorzeven.
Zorgt dus dat u hier nooit uw einde vindt.
Bidt slechts tot God dat Hij het ons vergeve.

Prins Jezus, hoor ons aan, wij smeken luid:
Zorg dat de duivel ons niet krijgt als buit
Laat ons toch niet in hete vlammen sneven.
Gij mensen, lach ons kaal karkas niet uit.
Bidt slechts tot God dat hij het ons vergeve.