Grote Pier

Grote Pier

Het zwaard van Grote Pier (1520) is meer dan twee meter lang en weegt meer zes-en-een-halve kilo. Pier kon daar wel mee uit overweg. Als je hem boos maakte, moest je wel zorgen dat je je uit de voeten maakte, want hij was in staat om in één fikse zwaai je kop van de romp te scheiden. Als je een nabije medestander had, nam hij die in dezelfde zwaai mee, als het moest.

Er gaan dagen voorbij dat ik niet aan Grote Pier denk, maar hij is indirect in het nieuws gekomen, en dat verklaart dat ik het hier ineens over hem heb. De kranten melden dat het zwaard van Grote Pier voor het eerst in zijn bestaan het Friese grondgebied verlaten gaat. Uit het museum in Leeuwarden gaat het ter bezichtiging voor liefhebbers naar het Maritieme Museum in Rotterdam; daar is een expositie over 'Echte Piraten'.

Piraat Pier had in zijn strijdend leven soms te maken met een kerel van wie hij niet kon weten of het een Fries of een Hollander was. Hij had dan een eenvoudige oplossing: hij liet de ander uitspreken 'Bûter, brea en griene tsiis.' Wie dat niet zeggen kon was terstond het hoofd kwijt.

Die woorden vormden dus een schibboleth. Je laat iemand iets zeggen om te weten of hij al of niet een buitenlands accent heeft en derhalve als vijand kan worden herkend.

Op 10 mei 1940, toen ik met mijn vrienden op straat de Duitse inval in ons land besprak, kwamen we ook op het onderwerp 'vermomde verraders' en we wisten het allemaal: die kon je herkennen door ze 'Scheveningen' te laten zeggen.