Hölderlin

Hölderlin

Als we de dichters toch niet hadden... Als ze niet onder ons waren om ons het noodzakelijkste te vertellen... Neem Hölderlin, misschien de dichterlijkse dichter die onder ons geweest is. Neem de Zwitserse dichteres Jacqueline Crevoisier, die elk jaar present is in de Poesie-Agenda, die door het Orte Verlag wordt uitgegeven en die geen jaar overslaat om mij een exemplaar cadeau te doen. Dank zij die jaarlijkse gift kom ik ook Hölderlin tegen, die God onder de dichters.

Hier een gedicht van Hölderlin. Het gaat over de bijval die je van mensen verwachten kunt. Wat moet je doen om bijval van ze te mogen verwachten. In de eerste strofe richt hij zich tot de mensen die hem vooral hun achting schenken wegens getoonde trots, onstuimigheid, woordenrijkdom en ... leegte. Terwijl zijn hart heilig is, vol van een prachtig leven, omdat hij liefheeft.
Hij richt zich tot die mensen wanneer hij zich zo uitlaat. In vragen die retorische vragen lijken, vragen die geen vragen lijken te zijn, omdat je geen antwoord verwacht.Maar dan, in de tweede strofe, slaakt hij een zucht en spreekt zich uit tegenover ons, die hem lezen, nu.

Menschenbeifall

Ist nicht heilig mein Herz, schöneren Lebens voll,
Seit ich liebe? warum achtet ihr mich mehr,
Da ich stolzer und wilder,
Wortereicher und leerer war?

Ach! der Menge gefällt, was auf dem Marktplaz taugt,
Und es ehret der Knecht nur den Gewaltsamen;
An das Göttliche glauben
Die allein, die es selber sind.

Friedrich Hölderlin