Een reis

Een reis

In de maand juli van het jaar 1990 met Hans Groot op reis naar Oost-Indonesië. En fragment uit deze trip.
14 juli Aankomst te Suranadi, op Lombok. Daarna te gast op een bruiloftsfeest, in Bonjeruk, van een familielid van Lalu Supraptu. Ontmoeting met een Australische dame van Nederlandse afkomst. Ze vertelt dat ze na een afwezigheid van dertig jaar weer terug was in Holland. Ze had het volgende geconstateerd:

- Hollanders, allemaal rijk- ze hoeven er niets voor te doen
- Ze zijn grof in de mond
- Ze zijn onbeleefd
- Ze klagen voortdurend
- Ze zijn ongastvrij
- Ze zijn niet behulpzaam

We begeven ons naar Kuta, in het zuiden.
Terug in Suranadi maken we een wandeling naar het golfterrein en ontmoeten Edi en Eli, allebei twee turven hoog. Hun levensideaal: ze willen caddy worden (mau mengadi). Liefst van Mister Jones. ’s Avonds een wereldwandeling door de sawahs.

Op 19 juli sturen we vanuit Mataram een felicitatietelegram naar Rita Trampus (jarig).
We reizen naar Bima op Soembawa.

Logeren in Hotel Lila Graha.
We wandelen bergopwaarts naar het Donggo-volk, in Mbawa.
Al wandelend bij Waao bezichtigen we een oud-koloniaal zwembad, waarin het water tot erwtensoep is geworden. Onderweg veel aapjes. Vervoer per bemo en per ben hur.
Twee taxi’s rijden voor wanneer we naar Sape willen rijden. Een Salomonsoordeel is nodig. Onderweg moeten nummerborden worden verwisseld wanneer we een demarcatielijn overschrijden.

Met de ferry naar Pelabuhan Bajo, op Flores. In de kapiteinshut tegen kleine vergoeding, loin d’eux. We installeren ons in Losmen Bajo Beach.

Op 24 juli beginnen we onze bootreis naar Komodo. Eén overnachting. Op 25 juli, op Komodo, bega ik een laffe daad: ik laat me opdringen met een toespraakje geld in te zamelen voor het bijeenbrengen van wat geld om een geitje te bekostigen dat, na gewillig meewandelen, later terzijde van de troep de keel zal worden doorgesneden teneinde aan de monsterlijke varanen te worden toegeworden, opdat toeristen zich aan het schouwspel verlustigen.

We reizen terug met de boot van Pak Hamsji en zijn zonen. In gezelschap van twee Italianen uit Bolzano, Sibil en haar verloofde Alessandro, het sympathieke Duitse koppel Jutta en Erik. En een onbenullige Amerikaan, Neil (‘Ulu Watu? Yeah, good surfing!)
Op 26 juli de Gelukkig Zeiltocht.

Een Ausflug naar het eilandje Rinca. Snorkelen.
Es springen kleine Fische so silberisch.
We communiceren overwegend in het Duits, omdat het Roergebied en Italiaans Tirol numeriek goed vertegenwoordigd zijn. Niet alleen numeriek. Het Italiaanse meisje brengt alsmaar Nervals dichtregels opkomen: ‘C’est peut-être la seule au monde dont le coeur au mien répondrait.’ Verliefd? O jazeker.

We leggen ook aan op het eilandje Loho Buaya, waar de wilde paarden wonen (en krokodillen?) Niet gezien. Slechts een wandeltje en een colaatje. Ik vergeet er mijn rugzakje onderin mijn drie miljoen roepiahs; een engel komt het mij achternabrengen.

Zonsondergang. Sterrenhemel als nooit tevoren. Passerende satelliet aan de nachthemel. Ik zie drie sterren vallen.

De zonen van Pak Hamsji zingen oneindig weemoedig. Voor Hans. Ze heten Abidin en Hamaludin. Bij de kust van Flores moeten wij van de boot naar land waden door ondiep water over een heel vieze en glibberige bodem, durch die Scheisse, zoals de Duitse vrienden het uitdrukken.

Volgende dag: met de bus van Labuhan Bajo naar Ruteng. Sibil en Alessandro in ons gezelschap. Bij het vertrek komt toegewijde Agus mij nog mijn vergeten kam nabrengen.

In Ruteng betrekken zij een kamer in Wisma Sindha.
Tijdens een wandeling ontmoeten wij Paulus Selasa, leraar Engels.Wij bezoeken zijn woning, waar elf mensen zijn gehuisvest, die allen moeten leven van Paulus’ salaris, 100.000 roepiah per maand (honderd gulden).
Wanneer Sibil en Alessandro per bus vertrekken, krijg ik van Sibil een afscheidsgeschenk. Ontroering.

Een antropologe leert ons veel over de gorak, de ngiung, de puti wolo, de doodvoorspellende bosgeit. En de beranga. Die figureren in Goena-goena en geziene geesten, door Nunuk Sri Heryati en Aart van Zoest.

Het Merpati-vliegtuig dat niet kwam, komt een dag later. Het brengt de vrouw van een politie-luitenant-kolonel, die ontvangen wordt door een haag van dames in roze. Alvorens dat gebeurt verricht Hans een van zijn meest legendarische daden. Hij geeft de copiloot een hand, zeggende Good morning, Meneer Piloot. Will we fly over the Keli Mutu? En zo komt het dan dat we de onvergetelijke ervaring zullen kennen om in een Cessna met een paar andere reizigers meerdere malen over de vulkaan te cirkelen en de drie meren met de verschillende kleuren van boven en van nabij te zien.

We arriveren in Kupang op West-Timor. We logeren als praktisch de enigen in het veel te grote, wat treurig stemmende, Hotel Sasando. Zittend aan het ontbijt zien we op 31 juli Anita Ekberg (of een tweelingzuster?) de trap afdalen en even later op wonderbaarlijke wijze nog een keer. Onze eerste beranga.

Wat is een beranga? Je ziet het en even later zie het nog eens. Twee keer hetzelfde? Of illusie? Nooit zul je het precies weten.