Ko van Dijk

Ko van Dijk

In de Marnixstraat in Amsterdam staat naast het politiebureau een wit huis waar in 1955 Ko van Dijk op de stoep heen en en weer drentelde en ik ook. Niet samen. Apart. Hij had de houding van iemand die daar liefst niet herkend zou worden. Ik hield me op afstand, om die onuitgesproken wens te eerbiedigen. Tersluiks observeerde ik deze door mij bewonderde man.

In dat witte pand was toen de Toneelschool gevestigd. We wachtten, hij en ik, op leerlingen van de Toneelschool, aanstormende actrices. Ik op Jeannette. Ik had haar op 29 januari van datzelfde jaar tijdens een amoureuze wandeling langs een Amsterdamse gracht gekust en precies drie maanden later, op 29 april, waren we getrouwd aan een Amsterdamse gracht iets verderop, waar toen het stadhuis nog was gevestigd. Ko wachtte op dat trottoir op Shireen, naar wiens gunsten hij dingende was.

De meisjes, vriendinnen, zouden straks naar buiten komen, druk napratend over de les die zojuist beëindigd was. Van Ank van der Moer misschien, of van directeur Pos, of van Raden Mas Jodjana, die ze met zijn goedmoedige toestemming vertrouwelijk Oom Joet noemden.

Dat moment van toen, nu bijna 57 jaar geleden, komt steevast in mijn herinnering terug wanneer ik langs dat witte huis in de Marnixstraat kom, hetgeen zich frequent voordoet. Hoe het komt? Mysterie. Maar het zal te maken hebben met de bewondering die zich in mijn geest heeft gevestigd voor de bewonderenswaardige acteur Ko van Dijk die Ko van Dijk is geweest.

Ik heb hem vaak zien spelen. En er is één speciaal moment dat zich in mijn ziel heeft vastgezet. Het gaat om zo'n moment dat de kunst je bezorgen kan: de eeuwigheid schuift even in volle kracht de tijdelijkheid opzij. Het was in 1957, toen Ko van Dijk Oom Wanja speelde in het stuk van Tsjechov. Wat een voorrecht om dat meegemaakt te hebben, al die Tsjechov-opvoeringen onder regie van Pjotr Sjarov.

Daar kwam Ko, oom Wanja, het toneel op met in zijn hand een pistool waarmee hij net een mislukt schot had afgevuurd op de gehate professor, de echtgenoot van de beminde vrouw, gespeeld door het toenmalige monstre sacré Ank van der Moer.

Misgeschoten, wat een ellende.

Hoe Ko van Dijk aan die nederlaag, die existentiële ellende, uitdrukking gaf, het zal me mijn gehele leven bijblijven. Waarom? Dat weet ik niet. Ik voeg het bij al die talloze dingen waarvoor ik geen verklaring weet.

Of het nog wat geworden is, Ko met Shireen? Dat weet ik wel. Iets blijvends is er niet van gekomen. Maar dat hoorde ook bij Ko van Dijk - hij had een goed oog voor de dames, zonder fixatie op een een enkele.