Met een stok

Met een stok

Ik steun nu op een stok wanneer ik loop. En denk dus aan het raadsel dat de Sfinx voorlegde aan Oidipus. Waarop deze zo geniaal wist te antwoorden. Vraag: wie loopt 's morgens op vier poten, 's middags op twee en 's avonds op drie? Antwoord: de mens.

Als kind heb ik op de grond gekropen. Ik heb een herinnering van héél vroeger, dat ik aan de voeten van mijn moeder onder haar stoel zat te spelen, terwijl zij babbelde met een buurvrouw. Later, tot voor kort, heb parmantig rondgestapt. En nu, sinds kort, nu een pijnlijke linkerknie het noodzakelijk maakt, steun ik bij het voortgaan op een wandelstok, niet de eerste de beste wandelstok, maar eentje die zowel Ouborg als Paul Wallenburg nog tot steun is geweest. Vandaar dat ik denk aan het antwoord van Oidipus op de vraag van de Sfinx.

Nu weet ik het zeker: ik ben een mens.