Oma

Oma

Ik heb mij opa’s niet gekend. Ze waren al dood aleer ik geboren werd. Aan oma van vaderskant heb ik weinig herinnering, want die stierf al toen ik nog jong was. Als ik het met mijn zuster Thea over Oma heb, dan gaat het over de moeder van onze moeder.

Aan haar heb ik precieze herinneringen. We bezochten haar in haar woning in de Eerste Jan Steenstraat en ze kwam bij ons thuis in de Balthasar Floriszstraat. In Amsterdam. Dat is de stad van mijn jeugd en verdere leven.

Oma is geboren als Magdalena Margaretha Léon, in Amsterdam, in november 1872. Ze trouwde in de zomer van 1892 met een Friese beurtschipper, Jan Roedema. Ze was toen negentien jaar. Haar eerste kind krijgt ze op haar 21e. Een zoon. Hij is de eerste van een lange serie kinderen. Ik zet de hele serie onder elkaar.

1893 Jan, die in 1918 sterft, 24 jaar oud.
1895 Cornelia,die na 3 maanden sterft
1896 Jacques. Dat is Ome Sjaak
1897 Cornelia Dorothea. Dat is Tante Cor
1898 zoon Keimpe, sterft een jaar later
1899 dochter Gretske, doodgeboren
1900 Magdalena Margaretha Christina, sterft na twee maanden
1901 Magdalena Margaretha Christina. Dat is Tante Stien
1902 Geertruida Magdalena. Dat is Tante Truus
1903 Tjaltje, een meisje dat als 16-jarige sterft in 1919
1904 Maria, een meisje dat ook in 1919 sterft, 14 jaar oud
1906 Theodora, een meisje dat na ruim een jaar sterft
1907 Jacoba Johanna. Dat is Tante Ko
1908 Theodora, een meisje dat na 1 jaar sterft
1910 Theodora. Dat is mijn moeder.
1911 Keimpe, een zoon die we als Ome Karel aanspraken
1913 Elisabeth Christina Alida. Dat is Tante Lies
1914 Johanna Alberta, die na 3 maanden sterft
1918 Hendrik. Dat is Ome Henk

Wie goed telt, komt tot negentien kinderen. Mijn moeder was nummer vijftien.
Opvallend misschien: veertien dochters en vijf zonen. Als het laatste kind wordt geboren, is Oma 45 jaar oud. Ze heeft waarschijnlijk twee keer een miskraam gehad. De verwekker van al de kinderen is in Amsterdam gestorven in maart 1919. Dat was ook het jaar van de dood van Tjaltje en Maria.