Molly, van Céline

Molly, van Céline

Het kan niet genoeg worden gezegd: het Amerikaanse hoertje Molly, een personage dat heel en passant voorkomt in de grootse roman Voyage au bout de la nuit, van Céline is de mooiste en meest ontroerende evocatie van een vrouw in de gehele wereldliteratuur.

Ik weet wel, d'r is Anna Karenina. En de Moeder van Gorki. Er is Sonia uit Schuld en boete. La Princesse de Clèves. Maar ik heb nu eenmaal een onuitroeibaar zwak voor Molly.

Om te beginnen heeft ze al zulke mooie benen Nobele benen, zoals Céline schrijft. Ze brengen hem tot het maxime 'Waar je echte menselijke aristocratie aan herkent, wat men ook moge zeggen, dat zijn de benen, daar kan geen misverstand over bestaan'.

Dat is bijzaak. Waar het om gaat is dit: Molly heeft een hart van goud. Dat bovendien is ingebed in pretentieloze, zachtmoedige wijsheid. Als sex-arbeidster verdient ze vijftig dollar per dag, terwijl Bardamu bij Ford met zes dollar per dag naar huis gaat. Zijn werk is zwaar; dat van haar veel lichter, want 'Amerikanen doen het al vogeltjes'. Ook zulke algemene waarheden zijn Céline te lezen.

Ze is gul, Molly, ze geeft Bardamu een nieuw pak. Ze maakt ook toekomstplannen met hem, maar ze krijgt al gauw in de gaten dat hij een doorgangsfiguur in haar leven za; zijn. Ze luistert geduldignaar zijn verhalen vol kwelling en onrust. Neemt hem niets kwalijk. Ze neemt het leven zoals het komt. 'Ze was veel te eerlijk dan dat ze over haar eigen verdriet zou praten. Wat er binnen in bij haar gebeurde, hoefde niet naar buiten.'

De mooiste zin over Molly, voor mij onvergetelijk, is deze:

'Un coeur infini, avec du vrai sublime dedans, qui peut se transformer en pognon, pas en chiqué comme le mien et tant d'autres.'

Een echt eindeloos hart, met daarin iets echt subliems, iets dat zich in poen kan omzetten en niet in loze opgefokte praat, zoals bij mij en bij zoveel andere mensen.

Over liefde zoals die wezen moet. Over de fundamentele moraal van Céline. Uitgedrukt in een stijl, unique au monde.