Nebukadnezars droom

Nebukadnezars droom

Het verhaal over Nebukadnezars droom staat in het bijbelboek Daniël. Geleerden nemen aan dat het in de tweede eeuw is neergeschreven. Dat is zo'n acht eeuwen na de beschreven feiten, want Nebukadnezar regeerde in de zesde eeuw vóór Christus. Twijfels dus over de juistheid? Absoluut niet; die droom staat als een huis.

Nebukadnezar was koning van Babel. Hij had intens gedroomd en wilde dat droomuitleggers kwamen om hem de betekenis uit te leggen. Tovenaars, sterrekijkers, en Chaldeeërs moesten aantreden, zo lees ik het in mijn statenvertaling.

Ik laat even letterlijk volgen hoe de tekst het gebeuren weergeeft.

Toen spraken de Chaldeën tot den Koning in het Syrisch: O Koning, leef in eeuwigheid, zeg uwen knechten den droom, zo zullen wij de uitlegging te kennen geven.
De Koning antwoordde en zeide tot de Chaldeën: De zaak is mij ontgaan. Indien gij mij den droom en zijne uitlegging niet bekend maakt, gij zult in stukken gehouwen worden en uwe huizen zullen tot eenen drekhoop gemaakt worden; maar indien gijlieden den droom en zijne uitlegging te kennen geeft, zoo zult gij geschenken en gaven en groote eer van mij ontvangen: daarom geeft mij den droom en zijne uitlegging te kennen.
Zij antwoordden ten tweeden male en zeiden: De Koning zegge zijnen knechten den droom, dan zullen wij de uitlegging te kennen geven.
De Koning antwoordde en zeide: Ik weet vastelijk dat gijlieden den tijd uitkoopt, dewijl gij ziet dat de zaak mij ontgaan is;
indien gijlieden mij dien droom niet te kennen geeft, ulieder vonnis is... et cetera

De arme droomuitleggers sputteren tegen. Ze kunnen toch niets uitleggen als ze niet weten wàt hun koning heeft gedroomd.

Daarom werd de Koning toornig en zeer verbolgen, zeide dat men alle wijzen te Babel zoude ombrengen.
Die wet dan ging uit en de wijzen werden gedood; men zocht ook Daniël en zijne metgezellen om gedood te worden.

Nu heeft God zijn uitverkorenen. Daniël was er zo een. Hij kwam en kon, door Gods hulp, Nebukadnezar de inhoud van zijn droom in herinnering brengen en die ook symbolisch interpreteren.

De droom van Nebukadnezar ging over de reus met de lemen voeten - zelfs minder bijbelvasten zullen dat wel weten. Het is toch de moeite waard om na te lezen hoe de beschrijving in het boek Daniël luidt.

Het hoofd van dit beeld was van zuiver goud, zijne borst en zijn armen van zilver, zijn buik en zijne dijen van koper, zijne schenkelen van ijzer, zijne voeten eensdeels van ijzer en eensdeels van leem.

Dan beschrijft Daniël wat er in de droom met dit beeld gebeurt. Een enorm stuk steen maakt zich los van een berg en verbrijzelt het, om te beginnen bij die voeten van ijzer en leem.

Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorschvloeren des zomers en de wind nam ze weg, en daar werd geen plaats voor dezelve gevonden; maar de steen die het beeld geslagen heeft, werd tot eenen grooten berg, alzoo dat hij de geheele aarde vervulde.

Nu de uitleg die Daniël geeft. Hij zegt dat het gouden bovenstuk van het beeld symbolisch is voor het tijdperk van Nebukadnezars rijk.

En na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager dan het uwe: daarna een ander, het derde koninkrijk, van koper, hetwelk heerschen zal over de gehele aarde.
En het vierde koninkrijk zal hard zijn gelijk ijzer, aangezien het ijzer alles vermaalt en vergruist; gelijk nu het ijzer.

En tenslotte zijn er dan die voeten, 'ijzer vermengd met modderig leem'. Een mengsel van ijzer en 'pottenbakkersleem'.

Zij zullen zich wel door menschelijk zaad vermengen, maar zij zullen de één aan de ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt.

En dan is er die steen. Die een berg over de hele wereld wordt. Dat is uiteindelijk de laatste fase. Dat is, als al het voorgaande vernietigd is, de fase van Gods koninkrijk. Daar gaat het naar toe.

Een prima vooruitzicht. Het is geen slechte levensbesteding om in alle bescheidenheid te proberen zijn bijdrage te leveren aan het naderbijbrengen van die fase.

Zou overigens de fase van het ijzer en de modderige leem wellicht het tijdperk zijn waarin wij thans leven? De verwijzing naar de onvermengbaarheid van ijzer en leem doet denken aan de inaugurele rede van Jan Terlouw, onze kersverse minister van vrede. Hij verwijst naar het verfoeilijke gebruik dat in ons tijdperk wordt gemaakt, door de wapenindustrie en deszelfs klanten, van een nuttig prachtproduct als ijzer. IJzer kan ook als symbool voor de machtigen worden beschouwd - macht komt, zo is het gezegd, uit de loop van een geweer. De modderige leem is symbolisch voor massa machtelozen in de wereld. De schlemielen. Zij vormen de leem, die zich met ijzer niet vermengen kan.

Voor die laatsten is het wachten op het ogenblik dat de bevrijdende steen zal loskomen. Het is dàt verre perspectief dat ons optimisme voeden kan.