Frits Ekkel, dichter

Frits Ekkel, dichter

De mens-dichter Frits Ekkel is zelf een gedicht. Een sedentair, ter aanvulling van de vrouwelijk nomade Tsvetajeva. Ter aanvullende onderscheiding van de mens-dichteres laat ik een gedichtgericht poëem van zijn hand hier volgen.

---------

gedicht

om het gedicht hangt vaal
schijnsel, de schim van een lamp
of een kaars op zijn eind
door de gordijnen komt
licht zonder zon, de dag
is ontwricht en voor je het weet
is het huis er ontheemd en
er worden regels vermist

ik breng alles in het geweer
en besluit tot een vuist
op papier, tot een sluitend
tegengedicht
maar geen woord
dat van zich laat horen
geen woord dat er juicht of
vooraan wil staan
wat verschijnt gaat timide
zijn weg en vergruist

het is een dag vol omissies
en muizenissen en lege seconden
die moe zijn gestreden
ik zwicht en blijf achter
zonder verweer
het gedicht en blijf achter
zonder verweer
het gedicht is een kooi
een schande
het werkt bijna nooit
is levenloos
leeft niet langer
dan een amoebe in hooi

wat ik wil is een
raadsel, een noest in het hout
een spoor van een voet in
het zand, wat ik wil
is een misverstand
het gedicht wordt een lus
om mijn hals
een moet in mijn wang van
een blijvende bittere kus

-------

Let op hoe meesterlijk hij dicht, met uiterst subtiele techniek. Voorbeeld: als hij het heeft over ontwrichting van de dag, dan ontwricht hij eveneens - maar verfijnd, bijna onzichtbaar - een constructie van de taal. Ooit heb ik dat iconiciteit genoemd, de soms nauwelijks merkbare gelijkenis, die een geheime werkzaamheid heeft waar betekenis en schoonheid samen hun effect hebben. Mooiste voorbeeld misschien wel: de serie metaforen in de laatste strofe, waarin hij zijn poëzie-credo verwoordt. Je voelt dat hij het zó zeggen moet, niet anders, en dat hij tegen het onzegbare aan zit. Ekkel is een stille kracht, zo een waarover Henriette Roland-Holst het heeft gehad. Een tikje uit de mode. Voor wie - daar moeten we in geloven - de tijd nog komt.