Marina Tsvetajeva

Marina Tsvetajeva

Het boek 'Werken' van de Russische dichteres Tsvetajeva heb ik ooit gekocht om kennis te kunnen nemen van haar werk, maar eigenlijk toch vooral als een bescheiden eerbewijs aan die dappere uitgever Van Oorschot, die met zijn Russische Bibliotheek Tsjechow, Tolstoj, Toergenjew, Poesjkin, Dostojewski en andere grote Russen voor ons Nedelanders toegankelijk heeft gemaakt.

Haar poëzie is fascinerend, maar verre van gemakkelijk, althans voor een eenvoudige ziel als schrijver dezes. Toch kan zo iemand altijd wel iets vinden dat zijn ziel aan het juichen brengt. Hier komt het gedicht, gedateerd 14 augustus 1918, dat dit effect op mij had. De vertaling is van Margriet Berg en Marja Wiebes.

Gedichten groeien, net als sterren, rozen,
Als schoonheid - overbodig in 't gezin.
En op de kransen en apotheosen -
Eén antwoord slechts: - Hoe vallen ze me in?

Wij slapen - en de hemelgast zal komen,
Een klavervier tussen de zerken uit.
O wereld weet! Door dichters- in hun dromen -
Wordt de natuur van bloem en ster geduid.

Zo vertelt zij die het weten kan hoe een gedicht ontstaat en daarbij meteen ook wat de hoge waarde daarvan is. Let op dat mooie beeld van dat klavertjevier tussen de zerken. Het heeft zijn oorsprong in een biografisch feitje. Toen Marina op een dag in Parijs op een kerkhof wandelde met Ariadna Efron, vond die laatste zo'n klavertjevier en gaf het Marina. Die stopte het in haar opschrijfboekje tussen de bladzijden.