Horizonnen van Jean Cotté

Horizonnen van Jean Cotté

De schilder Jean Cotté maakte abstracte schilderijen alvorens over te gaan tot het creëren van figuratief werk. Pas recentelijk heb ik een aantal van de zeegezichten gezien die hij in die latere fase heeft gemaakt. Ik was verrukt van wat ik zag.

Die geestdrift heeft overdenking tot gevolg gehad. Waarvan ik hierbij verslag wil uitbrengen.

De ervaring was bijzonder. De schilder zelf had in een vertrek tien schilderijtjes bijeen gezet. Dat kon door hun kleine formaat. Wat ik onder ogen kreeg waren schilderingen waarop de zee te zien was vanaf het land. Natuurlijk ook de hemel daarboven. Steeds uitsluitend die drie elementen. Geen mensen, geen bebouwing. Het allereerste gevoel dat ik ervoer was: wat een schoonheid.
En daarbij ook: wat een diversiteit.

Een verrassende bijkomstigheid: op al die verschillende kleine doeken was een duidelijk zichtbare horizon op verschillende hoogte aangebracht. Je zou kunnen zeggen dat degene die vanaf het land naar de zee en de hemel had gekeken steeds het hoofd meer of minder geheven had gehouden. Op geen enkele van de schilderijtjes was de kijkrichting precies gelijk aan die op andere. Dat paste goed bij de diversiteit van het afgebeelde zelf. Het land, de zee of de hemel, ze toonden zich in alle mogelijke verschillende gedaanten en toestanden, woelig, statig, rustig, vredig, dreigend, ontembaar, overweldigend. Altijd in schoonheid, maar daarbij ook altijd met een intense en meestal goed benoembare betekenis.

Cotté heeft op een bepaald moment in zijn schildersleven besloten om vanuit het abstracte een weg in te slaan naar het figuratieve. Origineel. De ontwikkeling van Mondriaan verliep in tegengesteld richting en zo is het ook gegaan, minder rigoureus, bij Van Doesburg. De recente geschiedenis van de westerse schilderkunst, in zijn algemeenheid bekeken, laat ook een ontwikkeling zien die gaat van figuratief naar abstract.

Ik zie die ontwikkeling bij Cotté als een accentverschuiving van schoonheid naar betekenis. Dat moet vooral niet in absolute zin worden begrepen. Waar kunst is, is altijd een esthetisch aspect, maar, min of meer nadrukkelijk. Tegelijk ook een semiotische potentie. In de abstracte kunst overweldigen vorm en kleur de denotatie, de verwijzing naar de realiteit, die bij betekenisgeving nu eenmaal een nadrukkelijke en bijna onmisbare rol speelt. De ene kunstenaar die abstract werkt zal niet van betekenisgeving willen horen, maar een ander zal de beschouwer van zijn oeuvre voorhouden dat dit ‘open interpretatie’ toelaat. Of daartoe zelfs uitdaagt. De figuratieve schilder biedt de beschouwer een handreiking door zijn verwijzing naar elementen uit de waarneembare werkelijkheid.

De springerigheid van de horizonnen, in de tien schilderijtjes van Cotté had me onmiddellijk gefrappeerd. Nog frappanter was misschien dat ik daar stilzwijgend even onmiddellijk een betekenis toekende. Dat zei natuurlijk iets over de springerige geest van de maker . Uit de lucht gegrepen was dat niet, want Cotté is een polyvalent man. Hij is niet alleen schilder. Hij is eveneens musicus, filosoof auteur en erudiet. De wisselende kijkrichtingen op zijn landschapschilderingen kon ik, naar eigen goedvinden, in iconisch verband brengen met een kenmerk van de persoonlijkheid van de kunstenaar.

Of dat mag is de vraag niet. De vraag is of het kàn. Het antwoord is ja.

Ik veroorloof me een verwijzing naar een expliciet voorbeeld, namelijk een passage uit de biografie van Van Gogh. Wanneer Vincent in 1988 in Arles komen wonen, maakt hij kennis met de heer Roulin, die ambtenaar bij de post is. Deze man is bereid in zijn uniform en met zijn mooie baard voor Van Gogh te poseren.
In een brief aan zijn broer Theo vertelt Vincent over kenmerken van Roulin. Dat hij republikein is, een revolutionair. ‘Je l’ai vu un jour chanter la Marseillaise et j’ai pensé voir 89. (…) C’était du Delactroix, du Daumier, du vieux hollandais tout pur.’

Alvorens het over Roulin te hebben, heeft Vincent al een meer algemene opmerking genoteerd: ‘Je voudrais faire le portrait d’un ami artiste, qui rêve de grands rêves, qui travaille comme le rossignol chante, parce que c’est ainsi sa nature. (…) Je voudrai mettre dans le tableau mon appréciation, mon amour que j’ai pour lui.’ Het is duidelijk dat het portret dat Van Gogh van Roulin gemaakt heeft aan dit voornemen beantwoordt. We zien op het beeld van een man die zich bewust is van zijn eigenwaarde. Een man voor wie de schilder sympathie voelt. Dat is een toegekende betekenis, die de simpele denotatie, overstijgt en iets doet weten over de schilder zelf.

De diversiteit van Cotté’s horizonnen kan doen denken aan de diversiteit van Cotté’s talenten. Zijn veelzijdigheid zou er wel eens de oorzaak kunnen zijn dat hij minder bekendheid heeft verworven dan hij naar mijn smaak verdient. Er schuilt onrechtvaardigheid, die nu eenmaal inherent is aan de attitude van de doorsnee-mens. De doorsnee-mens is ook psychologisch gezien een sedentair, die niet houdt van de afwijkende bewegingen van het nomadisme.

Dat ik over het veranderlijke , ‘nomadische’, element in de schilderingen van Cotté ben begonnen, doet me uiteraard niet vergeten dat de tien exemplaren die ik tegelijkertijd onder ogen kreeg juist door een opvallende constante waren gekenmerkt; de schilder had elke keer plaats genomen tegenover de zee, die hij had weergegeven te midden van hemel en aarde. Daar schuilt een zekere bescheidenheid in. Iets van een deemoedige trouw aan het besef van de menselijke beperkingen, waaronder een belangrijke is dat hij aan de aarde gebonden is bij zijn waarneming van de hemel.

Stel dat een schilder, als was hij een vogel of een engel, vanuit de hemel kon schilderen wat hij onder of zich waarnam, dan zouden er kunstwerken ontstaan die alles bijeen genomen iets oneindig gevarieerds, eindeloos bonts, ongestructureerds ontstaan. Niet voor niets zegt het spreekwoord ‘In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’. ’Beschränkung’, bescheidenheid, toont Cotté tot in zijn titels: vaak bestaat de titel uit een plaatsnaam, precies of vager, zoals ‘Fin ouest’, soms een indicatie betreffende het licht, ‘Soleil marin, ‘Clair de lune’. Een enkele keer geeft de titel toch ook dreiging aan: ‘Typhon’, ‘Vague d’assaut’.

Maar dat Cotté èn hemel èn aarde op het doek weergeeft, met de zee daartussen, dat geeft aan dat hij zijn blik niet aan beperking onderwerpt. Hij heeft oog voor dat wat zonder bezwaar met het woord ‘kosmisch’ mag worden aangeduid. Juist door het veranderlijke dat zich, wisselend van het ene beeld naar het andere, manifesteert raakt de beschouwer doordrongen van de dynamische macht van de natuurverschijnselen. De aarde, op de voorgrond, is steeds het nabije, waarop de mens zijn voeten geplaatst weet. De hemel is het verre, dat onaanraakbare dat het transcendente, het goddelijke, representeert, dat wat de mens te boven gaat. En de zee daartussen? Die heeft tussen hemel en aarde een dubbele betekenis. Enerzijds van de oorsprong van het leven, van vruchtbaarheid, van een rijke gave van voeding. Anderzijds ook van een mogelijke bedreiging met verwoesting. Ende zee nodigt tot reizen, verleidt de mens om zich op aarde onder de hemel te verplaatsen.

Is dit misschien te hoogdravend gesteld? Er met de haren bijgesleept? Welnee. Jean Cotté, de schilder, heeft zich aldus uitgelaten: ‘C’est une expérience métaphysique que j’ai essayé de développer sur mes toiles’. Men moet zich realiseren dat deze schilder óók filosoof is en niet van het type Karel Appel, die zijn methode verwoordde als ‘Ik rotzooi maar wat an’. Cotté is zich bewust van wat hij doet. Zijn overgasng van non-figuratief werk naar figuratief heeft hij zelf verklaaards met de woorden ‘J’avais envie de renaître au monde, de retrouver des cieux, des nuages, et ses mers, ainsi que son histoire.

Die aandacht voor de semantische zijde van het concrete, dat wat waargenomen en benoemd kan worden, doet uiteraard het schoonheidsaspect niet vergeten, dat de beschouwer misschien wel boven alles als voornaamste kenmerk van het werk ten eerste frappeert. Mohammed Akka heeft op die essentiële waarde van de schilderijen van Cotté de vinger gelegd met de woorden het volgende geschreven: Ce qui, dans l’imaginaire correspond tout à un thème de carte postale, est ici rehaussé à la dimension d’une esthétique.