Naar de Bromo

Naar de Bromo

Vraag me niet door welk toeval, maar vandaag kwam me deze foto onder ogen. We zien een deskundig ingepakte kip die kordaat wordt voortgedragen. Waarheen? Naar de kraterrand van de vulkaan Bromo in het oosten van Java. Je kunt daar komen door vanuit Soerabaja zuidwaarts te gaan.

Ik ben daar één keertje in mijn leven geweest samen met Hans Groot, toen we een van onze prachtige rondreizen maakten in de Gordel van Smaragd. De Bromo uit de verte zien, vooral bij zonsopgang, levert een schouwspel op, zo onvergelijkelijk mooi, dat je het je leven lang niet vergeten zal. Opklimmen naar de kraterrand en daar rondwandelen is ook niet uit te boezeroenen: indrukwekkend.

Die kip zal daar geen oog voor hebben. Hij weet niet wat hem te wachten staat. Hij is voorbestemd om straks te worden geofferd, ter gelegenheid van het jaarlijkse offerfeest dat de plaatselijke bevolking viert ter ere van de vuurgod Betoro Bromo. Om hem gunstig te stemmen gooien de mensen offers in de krater. Kippen, geiten, bloemen, dat vooral.

De mensen ter plaatse behoren tot een speciaal volk, het Tengger-volk. Het zijn mensen met nogal bijzondere karaktereigenschappen, waardoor ze zich op Java van andere bevolkingsgroepen onderscheiden. Ze zijn hindoe, nogal teruggetrokken, zelfbewust, geneigd tot een eenvoudig leven. Naar het schijnt zonder misdadigheid. Je moet, lijkt het wel, naar Azië gaan om zoiets nog te vinden.

De Tenggers maken er geen punt van dat wat lager in de krater, te midden van zwaveldampen, zich sloeberige niet-hindoes ophouden die zo veel als maar mogelijk is van de geworpen offergaven opvangen. Het gaat de Tenggers immers om de offerdaad. Het is aan de goden om eventueel toe te laten wat er met het geofferde gebeurt. Leve de wijsheid en tolerantie van de Tenggers.

Ik herken iets van mezelf in die kip. Zijn kop is gericht op de afgelegde weg, hij kijkt niet vooruit.
Hij weet niet wat hem te wachten staat, hetgeen hij met alle andere levende wezens gemeen heeft, offerdier of niet. Niettemin toont zijn oog een vrij heldere blik, zijn aandacht blijft op de wereld gericht. Zijn uitstraling zou ik ernstig willen noemen. Je zou kunnen denken dat hij zijn lot in waardigheid wil dragen. Ik wens hem een nuttig levenseinde toe. Wellicht weet een onvermogende in de krater hem op te vangen voor een voedzame maaltijd. Eén ding is zeker: zijn levenseinde zal oneindig veel fraaier zijn dan dat van zijn soortgenoten in de bio-industrie.