De markt

De markt

In het nieuws dat ons per media (krant, tv, radio) bereikt heeft de poen het gewonnen. Overstromingen in China en een moord in Oude Pekela moeten het qua belangstelling afleggen tegen de nervositeit van de markten. Het heeft met koersverloop te maken. Een overjarige zoals ik moet nog steeds wennen aan het nieuwe gebruik van het woord MARKT.

Bij dat woord denk ik aan gezellige plekken waar een koper en een verkoper aan twee kanten van een of ander begeerlijks elkaar in de ogen kijken. 'Zal hij toeslaan?' denkt de een. 'Zal het niet te duur zijn?' denkt de ander.

In buitenlanden hoort er bij dat er onderhandeld wordt. De verkoper noemt een prijs en het is helemaal niet leuk als de ander onmiddellijk ja zegt. Want afdingen is juist zo'n leuk spel.

Bij dat spel hoort in Indonesië, bijvoorbeeld, dat, wanneer de verkoper zijn prijs genoemd heeft, de aspirant-koper een gezicht vol smart toont, zijn handen in de lucht werpt, een daarvan daarna tegen zijn hart drukt en op verontwaardigde toon uitroept 'Bankroet', daarmee aangevend dat zo'n bedrag hem totaal beroven zal van alles wat hij aan financiële middelen bezit.
Daarop zal de verkoper zijn wenkbrauwen hoog optrekken en vragen 'Berapa?' 'Hoeveel dan wel?' De koper noemt een infiem bedragje, waarop de verkoper aan de beurt is om wanhoop te tonen. Kortom: en zo voort. Heen en weer. Tot een redelijke prijs. Zelfs weglopen en terugkomen kan van koperszijde tot de onderhandelingstechniek behoren. Als de koop gesloten is kunnen de onderhandelaars elkaar tevreden de hand schudden en nog een praatje achteraf maken. Dat is mensenwerk. Dat bij de markt hoort. En marktbezoek tot een genoegen maakt.

Gisteren liep ik in de Van Woustraat eens binnen bij Dirk van den Broek. Drie Marokkaanse vrouwen in traditionele outfit op zijn deftigst verplaatsten zich vrolijk keuvelend langs de prefab-troep in de rekken. Ze bekeken, betastten, vergeleken, keurden en bespraken hun bevindingen, die ik jammer genoeg niet kon verstaan. Maar ik begreep uit hun optreden wel hoezeer ze een surrogaat beleefden van wat ze op de markt in hun plek van afkomst gewend waren geweest. Toen ze daarna drie andere vrouwen ontmoetten, net zo gekleed als zij, kon ik hun plezier aflezen van hun stralende gezichten onder de hoofddoeken.

De supermarkt als surrogaat van wat een markt eigenlijk wezen moet, alla, dat is de vooruitgang, dat houd je niet tegen. Maar om de beleggingsplekken, waar mannen voor beeldschermen naar passerende cijfers en statistieklijnen staren, zonder oogcontact, met hoogstens zweetgeur (ik verzin dat), die nog aan iets menselijks doet denken ... We zouden het niet moeten doen.