Mus

Mus

Pepijn was bezig met werkzaamheden in de tuin. Ik naderde voor begeleidend entertainment, lichte conversatie. 'Leuk hè, af en toe die vogeltjes...' Hij antwoordde: 'Ja, ik zag net nog een mus.' Ik corrigeerde. 'Dat kan niet. Want mussen zijn er niet meer in Amsterdam.'

Je bent schoolmeester of je bent het niet, dus ik startte een leerzaam betoogje. Dat ik nog wel veel mussen in Parijs zag, wanneer ik daar was. Dat ik dan met weemoed terugdacht aan de tijd dat je die kleine kwajongens onder de vogeltjes in Amsterdam nog overvloedig aantrof. Dat je ze niet meer zag, dat had iets te maken met de vorm van onze muren, die het de mussen onmogelijk maakte om nestjes te bouwen. Ze hadden daarvoor muren met openingetjes nodig. Zoiets. Ik had dat gelezen in de krant.

Pepijn deed er het zwijgen toe. Had het te druk met zijn tang. Of dacht: laat maar lullen.

En wat beleefde ik op deze ochtend van de zevende april 2011? Ik nam in de tuin een mus waar, die, toen hij mij in de gaten kreeg, schuw wegvloog. Ik dacht nog' dat was vroeger wel anders met de mussen'. Maar bovendien 'ik moet toch eens gaan nalaten om al te stellige uitspraken te doen'.